De kwaliteit van leven van inwoners van de noordelijke provincies is sinds het uitbreken van de coronacrisis nog niet eerder zo laag geweest. De Noord-Nederlanders geven het leven momenteel een 6,9, zo blijkt woensdag uit onderzoek van onder meer het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) en de Rijksuniversiteit Groningen.

Zo'n 30.000 Noord-Nederlanders hebben sinds maart negentien keer vragen over hun fysieke en mentale gezondheid beantwoord. In de zomer was het gemiddelde cijfer een 7,7 en aan het begin van de coronacrisis een 7,4. Jongvolwassenen uit de regio geven het leven momenteel een 6.

Uit het onderzoek blijkt dat in alle bevolkingsgroepen de kwaliteit van leven is gedaald. Veel ondervraagden voelen zich somber, lusteloos of eenzaam. Deze trend is in alle lagen van de bevolking zichtbaar. "Ons onderzoek laat onmiskenbaar zien dat deze gevoelens in iedere laag van de bevolking worden ervaren. Wellicht biedt het mensen enige troost dat zij niet de enigen zijn die op dit moment worstelen met de gevolgen van corona", zegt hoogleraar genetica Lude Franke van het UMCG.

Volgens het UMCG valt ook op dat de onderlinge verbondenheid is afgenomen. Minder dan de helft van de mensen voelt zich nog verbonden met anderen, ten opzichte van 70 procent in maart 2020.

Ondanks de strenge maatregelen is er één groot verschil zichtbaar ten opzichte van de eerste lockdown: veel meer mensen gaan nu naar hun werk. Tijdens de eerste lockdown werkte 40 procent op locatie, nu werkt 51 procent op zijn normale werkplek. Met name hoogopgeleide mensen gaan weer vaak naar hun werk, terwijl ze dat in de eerste golf niet deden.

De onderzoekers willen de resultaten van het onderzoek gebruiken om te bekijken welke risicofactoren er zijn om het coronavirus op te lopen. Ook kunnen ze zien welke maatregelen welke effecten hebben en wat de impact is op het welzijn van Nederlanders.