Tijdens archeologisch onderzoek in Ten Boer zijn resten aangetroffen van een middeleeuwse huiswierde. Ook werden sporen aangetroffen van nog eerdere bewoning van het gebied.

Uit die sporen blijkt dat er ruim tweehonderd jaar eerder dan tot nu toe gedacht werd sprake was van bewoning, meldt de gemeente Groningen.

In voorbereiding op de bouw van Kindcentrum Ten Boer vond van 9 tot en met 25 september een archeologische opgraving plaats aan de Riekele Prinsstraat in Ten Boer. De opgraving betrof een middeleeuwse huiswierde: een eenvoudig boerenerf, waarvan vermoed werd dat deze in de 10e en 11e eeuw na Christus bewoond werd.

Aan de hand van enkele bijzondere vondsten, zoals vroeg middeleeuws aardewerk en metaal, is echter door de archeologen vastgesteld dat er al veel eerder sprake was van bewoning, namelijk in de 8e eeuw na Christus.

Ook werktuigen gevonden

De opgraving betrof de zuid/zuidwestelijke grens van de wierde. Omdat dit de uitloop van de wierde betreft, zijn bij de opgraving geen sporen van gebouwen gevonden. Die sporen bevinden zich vermoedelijk verderop aan de andere kant van de Riekele Prinsstraat, waar zich nu een parkeerterrein bevindt.

Wel zijn op het erf diverse kuilen aangetroffen waar klei uit gewonnen werd als grondstof voor bijvoorbeeld aardewerk, de ophoging van de leeflaag of voor het aansmeren van de wanden van de boerderij. Ook zijn er vier waterputten van 2,5 meter diep en een veldoven met dierlijke botresten gevonden.

Tijdens de opgraving werd er ook op verschillende werktuigen gestuit, waaronder slijp-/wetstenen. De vondsten zullen door de archeologen worden gecategoriseerd en gedocumenteerd. Een deel ervan zal door gemeente Groningen in bruikleen gegeven worden aan het kindcentrum.