De voormalige gemeenten Groningen, Haren en Ten Boer boekten in 2018 een gezamenlijk positief resultaat van 39,2 miljoen euro, blijkt uit de jaarrekening die het college donderdag presenteerde. Desondanks staan de financiën van de nieuwe gemeente Groningen volgens wethouder Paul de Rook behoorlijk onder druk.

Dat de gemeente geld overhoudt, komt vooral doordat ze geld voor een aantal doorlopende projecten nog niet kon uitgeven, zo legt De Rook uit.

Ook loopt de uitvoering van het beleid soms over de jaargrens heen. "Dan gaat het bijvoorbeeld om een speelplek die we in 2018 wilden aanleggen. Daarbij kan het gebeuren dat de echte aanleg is doorgeschoven naar 2019 door procedures of overleg met bewoners. Het geld blijft dan beschikbaar voor het oorspronkelijke doel", aldus de wethouder.

De jaarrekening is hoe dan ook een bijzondere: “Het zijn er drie, van de voormalige gemeenten Groningen, Haren en Ten Boer. Het is hun laatste handeling waarmee ze formeel de boeken sluiten.”

'Financiën van nieuwe gemeente Groningen onder druk'

Toch staan de financiën van de nieuwe gemeente Groningen volgens De Rook onder druk. Vooral omdat het rijk volgens hem nog niet voldoende bijdraagt aan jeugdhulp, langdurige zorg en bijstandsuitkeringen.

"Voor gemeenten is dat lastig omdat het overgrote deel van hun inkomsten afkomstig is uit rijksgelden", aldus De Rook in een reactie op de jaarrekening. "We hebben weinig mogelijkheden om zelf inkomsten te verwerven. Dat laatste speelt natuurlijk al jarenlang, maar de impact wordt groter omdat de gemeente sinds 2015 meer taken heeft gekregen. Tekorten moeten we oplossen in de vrij besteedbare ruimte en dat maakt de druk op de gemeentelijke financiën steeds groter."

'Sluitende begroting voor 2020 wordt lastig'

Hoewel het college het positieve resultaat van 40 miljoen euro "mooi" vindt klinken, schrijft ze in de jaarrekening dat het "lastig en weerbarstig wordt om een sluitende begroting voor 2020 te maken".

"Dat komt vooral door de voortdurende tegenvallers bij de uitgaven voor de langdurige zorg via de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wo) en jeugdzorg. In 2018 moest de gemeente Groningen 8,4 miljoen toeleggen op de jeugdzorg en 3,4 miljoen op de Wmo. Het beroep op deze voorzieningen blijkt in de praktijk veel groter dan destijds gedacht bij het overhevelen van rijkstaken naar de gemeenten. Wel ontving de gemeente hiervoor 13,7 miljoen uit de zogenoemde 'stroppenpot' van het rijk, een gedeeltelijke compensatie voor de tekorten.