Archeologen hebben bij een opgraving in Groningen een originele bom van 'Bommen Berend' uit 1672 gevonden. Het gaat zeer waarschijnlijk om een mortiergranaat die tijdens de belegering van de bisschop van Munster, Bernard van Galen, op de stad is afgeschoten.

De bijnaam van de bisschop was 'Bommen Berend'.

Het explosief weegt ruim 40 kilogram en heeft een diameter van 28 centimeter. De bom zat 2 meter diep in de grond, op de onderliggende zandlaag van de Hondsrug. Vermoedelijk wilden de troepen van de bisschop de toenmalige Steentilpoort, een van de negen poorten van de stad, proberen te raken.

Volgens stadsarcheoloog Gert Kortekaas gaat het om een redelijk unieke vondst die de geschiedenis van de stad bevestigt. Bij de vondst kon het zwarte kruit nog geroken worden en zat er een net van touw en pek om de bom. Daardoor lijkt het erop dat de bom niet is ontploft nadat die als een brandbom op de stad is afgevuurd.

EOD

Vanwege de vondst van de bom moest de EOD worden ingeschakeld. Die concludeerde na het verwijderen van een houten prop dat de granaat gevuld was met zwart water in plaats van kruit. De bom is daardoor geen gevaar en mag in Groningen blijven.

De archeologen laten de bom conserveren en hopen dat de bom op 28 augustus, tijdens het Groningens Ontzet, zichtbaar is voor de inwoners van de stad.