Maakte Alasam S. een bewuste keuze toen hij op 23 april 2011 zijn vriendin en een politieman in Baflo vermoordde? Deze vraag stond woensdag centraal bij de behandeling van het hoger beroep bij het gerechtshof in Leeuwarden.

S. sloeg op de bewuste dag eerst zijn 29-jarige vriendin dood met een brandblusser. Toen de politie hem wilde arresteren in de buurt van het station, wist hij het dienstwapen van een agent te bemachtigen. Een 48-jarige politieman werd dodelijk getroffen, zijn 22-jarige collega raakte gewond. Ook een 72-jarige omwonende werd door een kogel getroffen.

De rechtbank veroordeelde S. vorig jaar tot 28 jaar gevangenisstraf voor de moorden. In dat vonnis werd de 28-jarige verdachte volledig toerekeningsvatbaar geacht. Het Pieter Baan Centrum (PBC), dat S. onderzocht, kwam destijds tot dezelfde conclusie.

Tijdens het hoger beroep wordt er met name ingegaan op de psychische gesteldheid van de verdachte. Het hof hoorde woensdag vijf onderzoekers die zich over het gedrag van S. hebben gebogen. Twee van hen onderzochten S. in het PBC en concludeerden dat een psychose niet uit te sluiten was, maar ook niet vast te stellen. De drie andere onderzoekers stelden wel een psychose vast en zeggen dat S. volledig ontoerekeningsvatbaar was ten tijde van de dubbele moord.

De toerekeningsvatbaarheid is van groot belang. Bij volledige ontoerekeningsvatbaarheid wordt doorgaans geen straf opgelegd. Als je volledig toerekeningsvatbaar bent kan een levenslange gevangenisstraf volgen, een straf die het Openbaar Ministerie eerder tegen S. eiste.

Het verschil tussen de onderzoekers van het PBC en de andere behandelaars zit in de geloofwaardigheid van de verdachte. Het PBC vond de verklaringen van S. soms ongeloofwaardig, terwijl de andere onderzoekers wel meegingen in het verhaal van Alasam S.

Het hof gaat vrijdag verder met de behandeling van de moordzaak.