Griekenland staat na acht jaar financieel weer op eigen benen. Het land heeft maandag het laatste noodprogramma van de Europese Unie definitief verlaten.

Het noodprogramma werd in augustus 2015 overeengekomen om Griekenland uit de economische crisis te helpen. Het was de derde keer dat Griekenland een beroep deed op het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM), het noodfonds van de Europese Unie.

De Eurogroep, bestaande uit de ministers van Financiën van de lidstaten van de EU, en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) concludeerden in juni dat Griekenland het noodfonds niet langer nodig had.

Wel zal Griekenland een aantal jaar onder verscherpt toezicht blijven, om ervoor te zorgen dat het land niet van het rechte pad afdwaalt of maatregelen terugdraait. Het land zal vier keer per jaar worden gecontroleerd.

Het land krijgt een buffer van 15 miljard euro mee en schuldverlichting op langere termijn. De schuld wordt verlicht door looptijden van leningen met tien jaar te verlengen en zo'n 5 miljard euro in vervroegde aflossingen te steken.

De maatregelen moeten privé-investeerders voldoende vertrouwen geven om weer met Griekenland in zee te gaan.

Eurogroep-voorzitter prijst economische inspanningen Griekenland

"Vandaag kunnen we het noodprogramma voor Griekenland afsluiten. Er zijn geen reddingsacties meer nodig", aldus Eurogroepvoorzitter Mário Centeno. "Voor het eerst sinds 2010 kan Griekenland weer op eigen benen staan."

De Portugees toont zich verheugd over de progressie die Griekenland op economisch vlak heeft geboekt. "Deze blije dag is mogelijk gemaakt door de geweldige inspanningen van het Griekse volk, de goede samenwerking met de Griekse regering en de steun van Europese partners."

Centeno, die in januari Jeroen Dijsselbloem opvolgde als voorzitter van de Eurogroep, stelt dat de leningen en schuldenverlichting hun werk hebben gedaan. Het noodfonds heeft de afgelopen drie jaar bijna 62 miljard euro aan Griekenland geleend.

Het fonds had nog 24 miljard euro gereserveerd voor noodgevallen, maar de regering in Athene hoefde daar geen beroep op te doen.