Laait de Griekse crisis weer op? Veel mensen vragen het zich af nu het steeds langer duurt voordat het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de eurolanden, de grootste schuldeisers van Griekenland, een akkoord bereiken over de nieuwste tranche van het derde steunpakket.

Volgens Nick Kounis, hoofd macro-onderzoek en financiële markten bij ABN Amro, is de situatie niet zo erg als in 2015 toen Griekenland kampte met de naweeën van het referendum waarin het Griekse volk zich uitsprak tegen een steunpakket.

"Er zijn nog steeds een aantal problemen die elkaar voeden en de situatie erger maken", legt Kounis uit. "Zo is er het meningsverschil tussen Griekenland en de verschillende leden van de trojka. Verder heeft het land nog steeds een hoge schuldenlast, is er de zwakke economie en heeft Griekenland al aardig wat hervormd, maar moet er nog steeds veel gebeuren." Maar Kounis vindt dat de huidige problemen niet erger zijn dan in 2015. 

Nu draait de onenigheid om de voorwaarden voor een nieuw deel van het steunpakket dat in 2015 werd afgesproken. Griekenland heeft inmiddels 31,7 miljard euro gekregen van het in totaal 87 miljard euro tellende pakket. De eurolanden willen dat de overheid van het Zuid-Europese land voor het volgende deel jaarlijks een begrotingsoverschot draait van 3,5 procent.

Schuldenlast

Maar volgens het IMF is dit niet te doen voor het land dat zucht onder een schuldenlast van maar liefst 180 procent van het bruto binnenlands product. Het fonds wil de eis voor het overschot verlagen naar 1,5 procent, maar de eurolanden vrezen dat Griekenland dan delen van de schuld niet meer op tijd kan terugbetalen. Toch willen sommige eurolanden, waaronder Nederland, niet dat het IMF ontbreekt bij een nieuwe tranche van het reddingspakket.

Dit geschil is tekenend voor een bredere scheiding in opvattingen tussen het IMF en de eurolanden. Het IMF denkt niet dat de schuldenlast van Griekenland houdbaar is en vindt dat er schuldverlichting plaats moet vinden. Dat kan door simpelweg schulden te schrappen, betalingstermijnen uit te stellen of de rente te verlagen. Maar linksom of rechtsom krijgen eurolanden minder geld terug en hier willen de Europese overheden niks van weten.

Grote stem

Deze strijdt woedt ook binnen het IMF zelf, waarin vooral westerse landen vertegenwoordigd zijn. Europese landen hebben, gekeken naar de grootte van hun economie, een relatief grote stem in het bestuur van het IMF. Ruim een week geleden liet het fonds weten dat het IMF-bestuur verdeeld was over het beleid ten aanzien van Griekenland. Een opmerkelijke stap, vonden marktvolgers, en een teken van zwakte van het IMF.

Komende maandag zou er een akkoord moeten liggen, maar naar verluidt gaat dat niet meer lukken. In principe heeft de Zuid-Europese regering nog tot juli voordat de volgende lening moet worden afgelost, maar in de tussentijd zijn er verkiezingen in Nederland en Frankrijk.

Ondertussen worden beleggers zenuwachtig. Het rendement op een tienjarige Griekse staatsobligatie steeg van ongeveer 7 procent naar 7,8 procent, nog steeds wel fors lager vergeleken met hoogtepunten in afgelopen jaren.

Fouten in het verleden 

Kounis vindt dat het IMF lijkt te hebben geleerd van de fouten in het verleden, terwijl de EU vast lijkt te zitten in een oude methode. "Zij hebben hun redenen hiervoor die misschien meer gerelateerd zijn aan de lokale politiek dan aan de regels van logica." 

Vanuit een economisch oogpunt lijkt het standpunt van het IMF wel verstandiger, denkt Kounis. "Je gaat je geld niet terugkrijgen als je doet alsof een land het kan betalen terwijl het dat niet kan." Hij haalt aan dat onderhandelaars van de EU, het IMF en Griekenland er aan handje van hebben om op het allerlaatste moment een akkoord te bereiken. "De situatie is gewoon inherent complex", legt Kounis uit. "Het is onwaarschijnlijk dat de toekomst rustiger zal zijn."