Bauke Mollema had niet gepland om vrijdag mee te zitten in de zware bergrit in de Giro d'Italia. De kopman van Trek-Segafredo kreeg ook tot zijn eigen verrassing de ruimte en knabbelde zo wat van zijn achterstand af.

De 32-jarige Groninger moest de zege in de rit naar Ceresole Reale aan de Rus Ilnur Zakarin laten. Hij kwam 1.45 minuut later over de meet als vijfde, een dikke minuut eerder dan topfavorieten Primoz Roglic en Vincenzo Nibali.

"We wilden vandaag mannetjes mee hebben in de ontsnapping, maar het was niet de bedoeling dat ik mee zou zitten", erkende Mollema in gesprek met Eurosport. "Ik zag dat andere klassementsrenners meesprongen, dus toen heb ik ook maar aangezet."

De klimmer, inmiddels de nummer vier in de rangschikking, zag dat de meeste van zijn concurrenten bleven zitten. "We reden zo weg, dat was ideaal. Ik had ook een aantal ploeggenoten mee, dus ik heb weinig energie hoeven verspelen."

'Jammer dat ik het niet af kon maken'

Met de Italianen Nicola Conci, Gianluca Brambilla en Giulio Ciccone zaten er met Mollema maar liefst vier renners van Trek-Segafredo in de omvangrijke kopgroep. "Met name Ciccone reed op het laatst heel hard door, daardoor pakten we op het laatst nog anderhalve minuut op het peloton."

Die marge was precies wat Mollema nodig had om een slagje te slaan in het klassement. "Ik ben blij hoe we als ploeg hebben gereden", stelde hij dan ook. "En natuurlijk blij met hoeveel tijd ik heb gepakt op de andere renners."

De aanval van Zakarin op 5 kilometer van de meet was Mollema te machtig. Ook Mikel Nieve, Mikel Landa en Richard Carapaz bleven hem nog voor. "Het is jammer dat ik het niet af kon maken, maar ik zag al snel dat Zakarin vandaag erg sterk was."

Zaterdag wacht de derde bergrit op rij. Mollema verwacht wederom spektakel. "De klassementsrenners zouden het weleens op de eerste beklimming kunnen proberen. Het gaat een pittig ritje worden."