Cesare Benedetti heeft donderdag de twaalfde etappe van de Giro d'Italia op zijn naam geschreven. De 31-jarige Italiaan boekte in Pinerolo zijn eerste profzege. Jan Polanc nam de roze leiderstrui over van ploegmaat Valerio Conti.

Benedetti was in de eerste echte bergrit van deze Ronde van Italië de sterkste in een sprint van vijf vluchters, die waren overgebleven uit een kopgroep van 25 die een grote voorsprong kregen. De Italiaan bezorgde zijn ploeg BORA-hansgrohe de derde overwinning van de Giro. Sprinter Pascal Ackermann won de tweede en de vijfde rit.

De Italiaan Damiano Caruso eindigde donderdag als tweede, voor de Ier Eddie Dunbar en de Italianen Gianluca Brambilla en Eros Capecchi. Polanc kwam op 25 seconden van de winnaar als zesde over de streep en dat was voor de 27-jarige Sloveen van UAE Team Emirates genoeg om de roze trui over te nemen van Conti.

Miguel Ángel López en Mikel Landa vielen in de finale aan op de zwaarste klim van de dag en pakten daardoor 28 seconden op de groep met favorieten als Primoz Roglic, Vincenzo Nibali en Bauke Mollema. Conti kon de klassementsrenners bergop niet volgen en verloor 2.34 op de groep-Roglic.

Polanc heeft in het klassement 4 minuten en 7 seconden voorsprong op de nummer twee Roglic en 4.51 op Conti. Nibali staat vijfde op 5.51, terwijl Mollema nu zesde staat met een achterstand van 6.02. López (zestiende op 8.08) en Landa (21e op 8.31) moeten nog flink wat terrein goedmaken.

De Giro gaat vrijdag verder met de eerste etappe met finish bergop. De dertiende rit is 196 kilometer lang en eindigt in Ceresole Reale, na een klim van ruim 20 kilometer.

Grote kopgroep krijgt veel ruimte

Zonder topsprinters Caleb Ewan en Elia Viviani begonnen de renners donderdag in Cuneo aan de eerste bergrit van deze Giro. De top van de zwaarste klim van de dag - de Montoso van eerste categorie (8,8 kilometer à 9,5 procent) - lag op 32 kilometer van de streep, waardoor het meer een etappe voor de vluchters was.

Na een korte maar hevige strijd gaf het peloton na twintig minuten koers zijn zegen aan 25 renners. Slechts vier ploegen (Jumbo-Visma, Mitchelton-Scott, AG2R en Nippo-Vini Fantini) hadden geen vertegenwoordiger in de grote kopgroep.

UAE Team Emirates, de ploeg van rozetruidrager Conti, had Polanc in de kopgroep en hij was op 5.24 minuten van zijn ploegmaat de best geklasseerde vluchter in het klassement.

UAE had daardoor weinig behoefte om flink te achtervolgen, wat ervoor zorgde dat de voorsprong van de kopgroep opliep tot meer dan een kwartier. Aan de voet van de Montoso was het verschil nog steeds ruim twaalf minuten.

Aanval van López en Landa

De zware klim zorgde vooraan al snel voor een schifting. Brambilla, Caruso, Capecchi en Dunbar waren de beste klimmers en kwamen met z'n vieren boven. Polanc, Benedetti, Cataldo en Matteo Montaguti sloten in de afdaling weer aan.

Op 2,5 kilometer van de finish moesten de renners nog over een muur van 500 meter met een gemiddelde stijging van liefst 13,2 procent. Brambilla en Capecchi reden op de smalle Via Principi d'Acaja weg bij hun medevluchters, maar Benedetti, Dunbar en Caruso kwamen in de laatste kilometer terug. Benedetti bleek vervolgens de snelste sprinter.

Bij de klassementsrenners zorgden López en Landa voor het vuurwerk op de Montoso. De kopmannen van Astana en Movistar reden met z'n tweeën weg uit de groep met favorieten, waaruit Conti, Deceuninck-Quick-Step-kopman Bob Jungels en vlak voor de top ook Mollema moesten lossen.

Mollema vond in de afdaling weer aansluiting bij de groep-Roglic, waardoor de Nederlander alleen wat tijd verloor op López en Landa.