Arnaud Démare heeft dinsdag de tiende etappe van de Giro d'Italia gewonnen. De Fransman van Groupama-FDJ was de sterkste in een door een valpartij ontregelde massasprint.

Démare bleef na 145 kilometer tussen Ravenna en Modena de Italiaan Elia Viviani van Deceuninck-Quick-Step (tweede) en de Duitser Rüdiger Selig van BORA-hansgrohe (derde) voor.

De 27-jarige Démare boekte pas zijn eerste zege van het seizoen en tevens in de Giro. Hij schreef in het verleden al wel twee etappes in de Tour de France op zijn naam; één in 2017 en één in 2018.

Valerio Conti behield eenvoudig de leiding in het algemeen klassement. De Italiaan van UAE Team Emirates heeft nog altijd 1 minuut en 50 seconden voorsprong op naaste achtervolger Primoz Roglic.

De Giro gaat woensdag verder met opnieuw een vlakke etappe, over 221 kilometer tussen Carpi en Novi Ligure, waardoor de kans groot is dat het wederom tot een massasprint komt.

Tiende etappe kent voorspelbaar koersverloop

De tiende etappe kende een voorspelbaar koersverloop. Twee renners (Luca Covili en Sho Hatsuyama) demarreerden gelijk vanuit de start uit het peloton en reden al snel een voorsprong van vier minuten bij elkaar.

Dat was voor de grote groep het sein om het tempo wat op te voeren. Met name Deceuninck-Quick-Step trok de touwtjes stevig aan, waardoor de koplopers al snel weer in zicht kwamen.

Op ongeveer 30 kilometer van de finish was de samensmelting al een feit. Omdat niemand daarna een poging deed om weg te geraken, was een massasprint onoverkomelijk.

Daarin maakten Deceuninck-Quick-Step (voor Viviani), BORA-hansgrohe (Pascal Ackermann), Lotto Soudal (Caleb Ewan) en Groupama-FDJ (Démare) de dienst uit. Laatstgenoemde bleek de sterkste van allemaal.

Démare had nog wel het geluk dat er met nog 1 kilometer te gaan een grote valpartij in het peloton was, waardoor onder anderen tweevoudig etappewinnaar Ackermann niet mee kon sprinten.