Maandag 4 juli 2022 | Het laatste nieuws het eerst op NU.nl
Foto ter illustratie.

Wat kun je doen aan je angst voor spinnen?

Acht poten, acht ogen, een harig lijfje, maar vrijwel ongevaarlijk. Zo'n 3 tot 6 procent van de Nederlanders heeft arachnofobie: een irreële angst voor spinnen. Waar komt die angst voor spinnen vandaan en wat kun je ertegen doen?
Door: Naomi Defoer

"Een spinnenfobie kan overgaan van ouders op kinderen", zegt psycholoog Maartje Kroese. Ook kan de fobie ontstaan door een nare ervaring of door verhalen over spinnen. "Het type spin dat mensen vrezen, kan verschillen. We zien in de praktijk wel dat vrijwel altijd geldt: hoe groter en hoe sneller, hoe enger", legt Kroese uit.

Bioloog Geert-Jan Roebers verklaart de angst door te kijken naar de uiterlijke kenmerken van de spin, zoals de gifkaken. "Spinnen bijten alleen als ze in de knel komen en heel soms om hun broed te verdedigen", vertelt hij. "Van de meeste spinnen zijn de kaken bovendien te zwak om door de huid heen te dringen."

"Dat lukt in Nederland maar drie soorten, waarvan de roodwitte celspin het 'gevaarlijkst' is. Zijn beet voelt als een wespensteek en is niet gevaarlijk, maar wel pijnlijk. In Nederland leven ongeveer zeshonderd soorten spinnen en die zijn juist hartstikke nuttig om ons ecosysteem in stand te houden. Ze 'ruimen' insecten op en zijn op hun beurt ook weer voedsel voor de vogels."

Twintig keer checken op spinnen

Iemand met een spinnenfobie die een spin ziet, ervaart dit als een enorme dreiging. "Vanuit die angst ontstaan verschillende symptomen als zweten, trillen, verkrampen, verhoogde hartslag, versnelde ademhaling, soms gillen of huilen en vrijwel altijd een sterke neiging om weg te willen", geeft Kroese aan. "Het fascinerende en het frustrerende hieraan is dat men weet dat de spin niet gevaarlijk is, maar het op dat moment wel voelt als levensbedreigend."


Als ik 's avonds in bed lig, denk ik aan spinnen. Dan voel ik ze over mijn benen lopen en kan ik wel twintig keer checken onder de dekens.
Sarah Kingma heeft angst voor spinnen

Voor Sarah Kingma is dit dagelijkse kost. Alleen al het woord 'spin' bezorgt haar direct kippenvel. Als kind vond ze spinnen 'niet leuk', maar nu verstijft ze als er een spin in de buurt is. "Ik raak dan in een lichte paniekmodus", legt Kingma uit.

"Ik kan wekenlang een kamer vermijden als er een spin heeft gezeten. Als ik 's avonds in bed lig, denk ik aan spinnen. Dan voel ik ze over mijn benen lopen en kan ik wel twintig keer checken onder de dekens of er toch echt geen spin loopt. Ik heb weleens een behandeling overwogen, maar ik durf het niet. Het is echt een stap te ver om geconfronteerd te worden met een spin."

'Van meisjes worden angsten meer geaccepteerd'

Het klinkt als een vooroordeel, maar vrouwen zijn vaker bang voor spinnen dan mannen. Hier lijkt cultuur een grote rol in te spelen. "Van meisjes worden angsten meer geaccepteerd dan van jongens", zegt Kroese. "Dus als een meisje bang is voor spinnen, dan zullen volwassenen hier eerder in meegaan."

"Tegen een jongen zal worden gezegd dat hij zich niet moet aanstellen. Zo bevestigen we het meisje in haar angst, terwijl we de jongen laten ervaren dat een spin niet echt gevaarlijk is, waardoor zijn angst vermindert."

Een pil om angst te blokkeren

Volgens Kroese is een spinnenfobie goed te behandelen met exposuretherapie, waarbij de persoon in kwestie geleidelijk wordt blootgesteld aan zijn angst. Sinds 2015 is daar, na jarenlang onderzoek aan de Universiteit van Amsterdam, de Memrec-methode als alternatief bij gekomen.

"Tijdens die behandeling wordt het geheugenspoor dat de angst voor spinnen activeert één keer kort opgewekt door de persoon naar een echte spin te laten kijken. Vervolgens krijgt diegene eenmalig de pil Propranolol om de irreële angst voor spinnen te blokkeren", zegt Kroese. "Het gevolg hiervan is dat de angst in één keer verzwakt wordt of zelfs helemaal verdwijnt."


Ongeveer 85 procent van de mensen heeft genoeg aan één behandelsessie.
Maartje Kroese, psycholoog

Propanol bestaat al zestig jaar en wordt dagelijks door tientallen miljoenen mensen gebruikt voor het tijdelijk verlagen van angst. "De meeste mensen kunnen het middel kennen van bijvoorbeeld het afrijden voor je rijexamen. In dit geval werkt het dus heel anders", zegt Kroese. "Ongeveer 85 procent van de mensen heeft genoeg aan een enkele behandelsessie."

Je kunt een angststoornis ook behandelen met cognitieve gedragstherapie. Lees op Independer meer over angststoornissen en de vergoeding vanuit de zorgverzekering.

Aanbevolen artikelen