Woensdag 29 juni 2022 | Het laatste nieuws het eerst op NU.nl
Foto ter illustratie.

Tekort bij bloedbanken: 'Met elke donatie help je drie mensen'

Op dit moment geven twee op de honderd Nederlanders bloed, maar dat zijn er niet genoeg. Vooral aan bloedplasma is een groot tekort. Op Wereld Bloeddonordag hoopt bloedbank Sanquin hier meer aandacht voor te krijgen. Met gedoneerd bloed worden niet alleen veel levens gered, maar ook patiënten met aangeboren of tijdelijke ziektes zijn er enorm mee geholpen.
Door: Sanne Wolters

Hoewel Paul van der Meer (38) negen jaar geleden al een tijdje met een griepje rondliep, zocht hij er niet zoveel achter. Tot hij ineens last kreeg van een tinteling in zijn voeten die niet verdween. Een bezoek aan de huisarts leverde geen duidelijkheid op.

Toen zijn collega hem later op het werk vroeg om een pak karnemelk open te maken, kreeg hij het dopje er niet af. Ook stonden zijn vingers krom. "Op dat moment begon ik me steeds meer zorgen te maken." Toen hij zich meldde bij de huisartsenpost zagen ze geen urgentie. Maar 's avonds op de bank smaakte de chips naar lood en kreeg Van der Meer de waterkoker niet eens opgetild. Langzaamaan kwamen er steeds meer klachten bij. "Toen was het klaar, ik wilde naar het ziekenhuis."

Daar leverden tests ook geen diagnose op. Ondertussen ging hij hard achteruit. "Mijn moeder en partner waren bang dat ik dood zou gaan." Na een rugpunctie kwamen de artsen achter het probleem: het guillain-barrésyndroom. "Ik had er nog nooit van gehoord, ik had geen idee wat het was."

Bloed geven heeft voordelen

Het syndroom is een aandoening aan de motorische zenuwen. Als gevolg van een infectie begint het afweersysteem niet alleen ziekmakende bacteriën of virussen aan te vallen, maar ook zenuwen. Daardoor verliezen die hun werking. 1 op de 100.000 Nederlanders krijgt het. Het guillain-barrésyndroom is goed te behandelen met immunoglobulinen: eiwitten in menselijk bloedplasma.


Bestaande patiënten gaan plasmageneesmiddelen steeds langer gebruiken. Tegelijkertijd worden door verbeterde diagnostiek meer mensen ermee behandeld. De vraag naar plasma groeit elk jaar.
Merlijn van Hasselt, woordvoerder Sanquin

Wie bloed(plasma) wil geven, moet ouder zijn dan 18 en jonger dan 65 jaar. Ook moet je meer dan 50 kilo wegen en de Nederlandse of Engelse taal machtig zijn. Daarnaast kan een reis naar een verre bestemming er invloed op hebben vanwege bijvoorbeeld malariamuggen. Heb je net een piercing of tatoeage erbij, dan moet je even wachten met doneren. Je kan dan namelijk hepatitis hebben opgelopen.

Een van de voordelen van bloeddonor worden: je bloeddruk, hartslag en ijzergehalte worden gemeten en je bloed wordt op infecties of ziekten gecheckt. Dit kan helpen in het vroegtijdig opsporen van medische problemen. Woordvoerder Merlijn van Hasselt van Sanquin: "Maar in de eerste plaats moet je het natuurlijk doen om de ander te helpen en dat doet bloeddonatie: met elke donatie help je drie mensen."

Vraag naar plasma neemt toe

Zo zijn er nog meer aandoeningen die te behandelen zijn met geneesmiddelen uit bloedplasma. Dat geldt voor ITP, een ziekte waarbij iemand een tekort aan bloedplaatjes heeft. Sommigen zijn hun leven lang afhankelijk van plasmadonatie, zoals mensen die problemen hebben met bloedstolling, zegt Van Hasselt. "Er is een steeds stijgende vraag naar plasma, maar het aanbod blijft helaas achter."

De woordvoerder zegt dat vergrijzing van de bevolking het probleem groter maakt. "Bestaande patiënten gaan plasmageneesmiddelen steeds langer gebruiken. Tegelijkertijd worden door verbeterde diagnostiek meer mensen ermee behandeld. De vraag naar plasma groeit elk jaar met 7 procent."


Je vertrouwt de artsen als ze zeggen dat je je geen zorgen hoeft te maken. Maar ondertussen voel je aan alles dat het niet klopt.
Paul van der Meer, patiënt

Bloedplasma was de redding voor Van der Meer. Doordat hij immunoglobulinen kreeg toegediend, knapte hij snel op. Wel moest hij daarna nog drie maanden revalideren. "Mijn spieren moesten weer aansterken, ik moest ook helemaal opnieuw leren lopen." Maar daarna was Van der Meer weer helemaal de oude. In tegenstelling tot sommige andere patiënten, zegt hij. "In het revalidatiecentrum ontmoette ik een man die hetzelfde had. Hij had het twee keer achter elkaar gekregen. Zijn herstel duurde veel langer. Ook zijn er mensen die last hebben van restverschijnselen. Die zijn mij gelukkig bespaard gebleven."

Na negen jaar is Van der Meer nog steeds klachtenvrij, maar de ziekte heeft hem wel een stuk alerter gemaakt. Wat er ook in gehakt heeft, is dat de artsen maar niets konden vinden. "Je vertrouwt de artsen als ze zeggen dat je je geen zorgen hoeft te maken. Maar ondertussen voel je aan alles dat het niet klopt", vertelt hij.

"Wat heel erg heeft geholpen, is dat de huisarts later heeft gebeld om zijn excuses te maken, omdat hij het niet had gezien. In de dertig jaar dat hij de praktijk heeft, is hij het nooit tegengekomen, waardoor een diagnose stellen lastig was. Dat hij dat zei, vond ik erg fijn."

Deze inhoud kan helaas niet worden getoondWij hebben geen toestemming voor de benodigde cookies. Aanvaard de cookies om deze inhoud te bekijken.

Aanbevolen artikelen