Een nieuw kabinet moet beslissen over de terugkeer van de anticonceptiepil in het basispakket van de zorgverzekering, vindt demissionair minister Tamara van Ark (Medische Zorg). De Tweede Kamer nam in februari, vlak voor de verkiezingen, met een nipte meerderheid een motie van de PvdA aan om de pil weer in het basispakket onder te brengen.

Voorstanders vinden het onzin dat Van Ark het besluit doorschuift. De terugkeer in het basispakket zou hooguit van invloed zijn op de zorgpremie, stelde SP-Kamerlid Maarten Hijink. Hij vindt het onterecht dat de kosten nu volledig bij de vrouwen liggen. Ook leidt vergoeding mogelijk tot minder ongewenste zwangerschappen en dus minder abortussen. Bovendien is de Tweede Kamer, anders dan het kabinet, niet demissionair.

Maar Van Ark wees erop dat het gaat om de kosten - naar schatting 25 tot 60 miljoen euro - en het stellen van prioriteiten. De Tweede Kamer heeft niet duidelijk gemaakt waar die kosten van betaald moet worden. De minister vindt zichzelf en het demissionaire kabinet nu niet in de positie om die afweging te maken.

Zelf zei Van Ark geen voorstander te zijn van de pil in het basispakket, omdat het geen medische noodzaak is, waar het basispakket voor is bedoeld. Als de Kamer toch een collectieve financiering van de pil wil doorzetten, dan zou ze het niet via het basispakket doen, zei ze. Naast haar eigen VVD, stemden ook CDA, PVV en SGP begin dit jaar tegen de motie. Samen hadden ze 74 zetels; nu hebben deze partijen er 69. Het is nog niet duidelijk hoe de nieuwe partijen erin staan.

De pil werd in 2011 voor de meeste vrouwen uit de basisverzekering gehaald. Sindsdien krijgen alleen meisjes onder de achttien jaar de kosten voor de pil volledig vergoed. Tussen de 18 en 21 jaar is dat ook zo, maar gaan de kosten van het eigen risico af. Vanaf 21 jaar moeten vrouwen het zelf betalen of zich aanvullend verzekeren.