Jongeren doen te weinig aan fysieke inspanning, zegt gezondheidsorganisatie WHO. Vier op de vijf adolescenten beweegt niet genoeg, net als één op de vier volwassenen. Terwijl dat juist zo belangrijk is in coronatijden, aldus de WHO.

Voor kinderen en jongvolwassenen adviseert de WHO om minstens één uur per dag te bewegen en de tijd die ze voor een beeldscherm doorbrengen te beperken. Volwassenen moeten minstens 150 minuten per week aan fysieke inspanning doen.

Dat staat in nieuwe bewegingsrichtlijnen die de WHO woensdagavond bekendmaakte. Juist in tijden van het coronavirus is dat belangrijker dan ooit voor onze mentale gezondheid, aldus de organisatie in de campagne Every Move Counts (Elke Beweging Telt).

Die fysieke beweging gaat dan om matige inspanning en kan bestaan uit bijvoorbeeld wandelen, dansen, tuinieren of zwemmen. Ook lopen of fietsen van en naar werk valt hieronder.

Als dat niet lukt, dan adviseert de WHO aan volwassenen om in ieder geval 75 minuten intensief te sporten, of een combinatie van matige en intensieve inspanning. Wel moet tenminste tien minuten achter elkaar worden bewogen.

Regelmatig bewegen is essentieel om hartziektes te voorkomen en te genezen, net als diabetes en kanker, zo zegt de WHO. Ook helpt het onder meer om depressie en angsten te verminderen, alsmede de kans op Alzheimer.

"Deze richtlijnen bevestigen wat veel mensen al ervaren onder de wereldwijde coronarestricties", zegt Fiona Bull van de WHO. "Namelijk dat elke dag bewegen niet alleen goed is voor het lichaam, maar ook voor de ziel."

De laatste keer dat de WHO met bewegingsrichtlijnen kwam was in 2010.