Bumperkleven, rechts inhalen, kort afsnijden, middelvingers… De weg maakt de hork in ons los. Hoe kan het dat zelfs de rustigste types onder ons in opgewonden standjes veranderen zodra ze de weg op gaan? Zes vragen aan verkeerspsycholoog Karel Brookhuis.

Een van de grootste ergernissen op de weg: asociale medeweggebruikers. Hoe kan het dat veel mensen achter het stuur in horken veranderen?

"Het is maar de vraag of er echt wel zoveel horken op de weg zijn. Want wat is asociaal of slecht rijgedrag? In het Engels zeggen ze: It's in the eye of the beholder. Het is maar net wie erover oordeelt."

"Er zijn geen objectieve maatstaven voor wat asociaal rijgedrag is en wat niet. Voor iemand die weinig rijdt en dat uit veiligheidsoverwegingen voorzichtig doet, is iemand die stevig doorrijdt en minder afstand houdt al snel 'asociaal'. Maar het kan goed zijn dat die persoon gewoon heel veel ervaring heeft en weet wat hij doet."

“Tachtig procent van de bestuurders denkt een betere chauffeur te zijn dan tachtig procent van zijn medeweggebruikers. Dat kan natuurlijk niet.”
Karel Brookhuis, verkeerspsycholoog

Mensen die bumperkleven omdat ze er met 140 kilometer per uur langs willen en dan hun middelvinger opsteken, zijn toch gewoon horken?

"Dat is wel horkerig ja."

Waar komt die agressie vandaan?

"Voor een deel wordt dat veroorzaakt door het rijden zelf. Vooral bij mensen die ook buiten de auto meer aanleg hebben voor agressief gedrag. Autorijden vereist dat we alert zijn. Daarvoor komen allerlei stresshormonen in actie, waaronder adrenaline."

"Als er dan iets gebeurt op de weg dat door de chauffeur als negatief wordt ervaren, raken sommige mensen door die hoge adrenalinespiegel sneller opgefokt dan buiten de auto het geval zou zijn."

Veel mensen denken dat ze beter rijden dan een ander. Waar komt dat gevoel van superioriteit vandaan?

"Uit onderzoek blijkt inderdaad dat 80 procent van de bestuurders denkt een betere chauffeur te zijn dan 80 procent van de medeweggebruikers. Dat kan natuurlijk niet. Het probleem is dat we onszelf als standaard nemen om het niveau van de ander aan af te meten. Niet echt een objectieve maatstaf."

Maar hoe kan het dat we onszelf betere chauffeurs vinden?

"Iedereen heeft zijn eigen rijstijl. Die hebben we aangeleerd, omdat we ervan uitgaan dat dát de beste manier is om te rijden. Nogal wiedes dat we onze eigen rijstijl dus de beste rijstijl vinden."

Is dat hoge adrenalinepeil trouwens de reden dat het vaak mannen zijn die agressief rijgedrag vertonen?

"Ja. Dat stamt nog uit de oertijd toen de man jager was. Vrouwen waren meer gericht op het sociale aspect van de groep. Ook achter het stuur zijn vrouwen gemiddeld genomen vaak wat socialer. Ze laten een ander er eerder tussen, hoeven niet zo nodig de snelste te zijn."

Vandaar de uitdrukking: een heer in het verkeer is meestal een dame?

"Dat zeggen ze, ja. Aan de andere kant zijn er ook mannen die wél sociaal rijden. En andersom. Het beeld raakt bovendien wat vertekend doordat het nog altijd vooral de man is die rijdt. Zeker als stellen samen onderweg zijn."

Prof. dr. Karel Brookhuis is als hoogleraar verkeerspsychologie verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen