Steeds meer meisjes kiezen voor de HPV-vaccinatie, beter bekend als de prik voor het voorkomen van baarmoederhalskanker. Staatssecretaris Paul Blokhuis (Volksgezondheid) meldt donderdag op basis van voorlopige cijfers dat het aandeel opgeroepen meisjes dat zich heeft laten inenten vorig jaar is gestegen naar 72 procent.

In 2006 geboren meisjes konden zich vorig jaar laten vaccineren tegen Humaan papillomavirus (HPV). Voor meisjes geboren in 2004 en 2005 waren de vaccinatiegraden in de twee voorgaande jaren nog respectievelijk 50 en 59 procent.

Blokhuis meldt donderdag ook dat de vaccinatiegraad van het vaccin tegen bof, mazelen en rodehond (BMR) in het afgelopen jaar licht is gestegen. Daarnaast blijft de vaccinatiegraad bij andere vaccinaties stabiel.

"We blijven hard werken om het nog beter te doen, maar ik beschouw dit als belangrijke signalen dat we de goede kant op gaan", stelt de staatssecretaris. Dat steeds meer meisjes zich tegen HPV laten inenten, noemt hij "extra hoopgevend."

Vaccinatie vanaf 2021 ook voor jongens

Jaarlijks krijgen ongeveer duizend vrouwen en vijfhonderd mannen kanker door HPV. Het vaccin wordt vanaf 2021 ook aangeboden aan jongens. Vanaf dat jaar krijgen kinderen de prik niet langer als ze twaalf of dertien zijn, maar op negenjarige leeftijd.

Kinderen die de vaccinatie niet willen of vergeten deze te halen, krijgen op een later moment de kans om de prik alsnog te krijgen.

Er bestaan meer dan honderd verschillende HPV-virussen die door seksueel contact worden overgedragen. De meeste infecties die door deze virussen ontstaan, gaan vanzelf weer over zonder dat de drager er last van heeft. Maar soms ontstaan er genitale wratten of zelfs kanker, in de meeste gevallen gaat het om baarmoederhalskanker.