De richtlijnen voor het testen van medicijnen op schadelijkheid bij zwangerschap worden wereldwijd aangepast. Dit betekent concreet dat er voortaan honderdduizenden proefdieren per jaar minder worden gebruikt.

Het is voor het eerst in 25 jaar dat de richtlijnen worden aangepast, meldt het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) maandag.

Voordat nieuwe medicijnen op mensen onderzocht mogen worden, zijn er gegevens nodig over de mogelijke schadelijkheid. Van oudsher worden daar dierproeven voor gebruikt.

Volgens de aangepaste richtlijn zijn bepaalde dierproeven nu pas op een later moment in het onderzoekstraject nodig. Omdat veel nieuwe medicijnen in de eerdere stadia van het testen afvallen, hoeven minder proefdieren te worden ingezet om de nieuwe medicijnen uit te proberen.

Een andere grote verandering is het vervangen van dierproeven door zogenoemde in-vitrotesten. Dit zijn testen waarbij onderzoek wordt gedaan met bijvoorbeeld gekweekte cellen. Voor stoffen uit medicijngroepen waarvan bekend is dat ze schadelijk zijn bij zwangerschap, kan voortaan een in-vitrotest voldoende zijn.

Proefdieronderzoek moet voldoen aan zogenaamde ICH-richtlijnen. Registratieautoriteiten en de farmaceutische industrie komen deze week samen om op internationaal niveau richtlijnen voor medicijnonderzoek af te stemmen. Daar wordt dit plan voor de nieuwe regels gepresenteerd.

Zo gaat het eraan toe bij het apenlab in Rijswijk
373
Zo gaat het eraan toe bij het apenlab in Rijswijk