Het aantal hiv-diagnoses in Nederland blijft dalen. In 2015 werden er nog 941 nieuwe infecties geconstateerd, in 2018 was dit aantal gedaald naar 664. Hiermee loopt Nederland voor op andere landen als het gaat om het terugdringen van nieuwe hiv-gevallen.

Dat heeft de Stichting Hiv Monitoring dinsdag bekendgemaakt. Nederland telt naar schatting 23.300 mensen met hiv.

Van deze groep weet 92 procent dat zij besmet zijn; het grootste deel van deze groep wordt behandeld. Van de mensen die medicijnen nemen is bij 96 procent het hiv-virus succesvol onderdrukt.

Dit betekent niet alleen dat hiv-patiënten een goede levensverwachting hebben, maar bovendien kan het virus niet langer worden overgedragen aan anderen. Twee derde van de nieuwe hiv-besmettingen komt voor bij mannen die seks met mannen hebben.

Hiv-virus breekt het afweersysteem af

Hiv is een virus dat langzaam het afweersysteem dat een lichaam beschermt tegen virussen en bacteriën afbreekt. Als het hiv-virus niet behandeld wordt, kan het lichaam zo zeer verzwakken dat relatief simpele aandoeningen als verkoudheid dodelijk kunnen zijn. In dat geval is er sprake van aids. In Nederland krijgen hiv-patiënten goede medicatie die het hiv-virus neutraliseert.

Toch overlijden ook in Nederland elk jaar nog zo'n twintig mensen aan de gevolgen van hiv, vooral omdat zij hun infectie te laat opmerken. Ook dit aantal daalt overigens; een paar jaar geleden ging het nog om vijftig mensen per jaar. Wereldwijd gaan er nog ruim tweeduizend mensen per dag dood omdat zij geen toegang hebben tot goede medicijnen.

De Verenigde Naties hebben in internationaal verband het doel geformuleerd dat in 2030 de ziekte aids verdwenen moet zijn. Met de nieuwe cijfers loopt Nederland ver voor op deze doelen. De introductie van prep, een hiv-preventiepil die sinds dit jaar door duizenden homo- en bi-mannen wordt geslikt, zal naar verwachting volgend jaar bijdragen aan een verdere daling.

'Stigma bestrijden onder risicogroepen die zich niet testen'

Het Aidsfonds - Soa aids Nederland gaat overleggen met GGD en huisartsen om de risicogroepen te bereiken die zich nu niet of te laat op hiv laten testen als zij onveilige seks hebben gehad. "Met beter maatwerk kunnen we de juiste mensen bereiken op de juiste plekken en het stigma op hiv aanpakken", stelt directeur Mark Vermeulen.

Het gaat dan vooral om jonge homomannen die wel weten wat de risico's zijn maar zich desondanks vrij laat laten testen. Een andere groep die lastig te bereiken is, zijn heteroseksuele of biseksuelen mannen die soms toch seks met andere mannen hebben. Het gaat dan vaak om mannen met een etnische achtergrond. "Artsen kunnen alerter zijn op bepaalde symptomen, of kunnen met deze groep het gesprek aangaan om het stigma op hiv en seks met mannen te doorbreken", stelt een woordvoerder van Soa aids Nederland.