Terwijl buiten de temperatuur daalt, neemt de discussie over het binnenklimaat toe. Hoogleraar Wouter van Marken Lichtenbelt vertelt hoe het komt dat vrouwen het sneller koud hebben dan mannen en hoe we individuele verschillen kunnen oplossen.

Wanneer de temperatuur buiten zakt tot 13,9 graden Celsius, gaat in Nederland de verwarming aan. Vrouwen doen dat gemiddeld eerder dan mannen, namelijk al bij een buitentemperatuur van 14,4 graden. Bij mannen is dat gemiddeld bij 13,4 graden. Dat blijkt uit onderzoek van Stichting HIER klimaatbureau.

Vrouwen hebben minder grote 'kachel' in lichaam

Kunnen we daarmee zeggen dat vrouwen het eerder koud hebben? Volgens Van Marken Lichtenbelt, hoogleraar Ecologische Energetica en Gezondheid aan de Universiteit Maastricht, wel: "Vrouwen produceren minder warmte dan mannen. Ze hebben in feite een minder grote kachel in hun lichaam. Dat komt doordat vrouwen relatief minder vetvrije massa hebben dan mannen. Ze hebben minder spieren en meer vetweefsel."

In eenzelfde omgeving is het voor vrouwen daarom moeilijker om op een temperatuur van 37 graden te blijven dan voor mannen. "Heeft het lichaam moeite met het op peil houden van de temperatuur, dan zullen als eerste de bloedvaten in je armen, voeten, handen en benen iets vernauwen, Daarna worden je handen en voeten koud, en dat heeft effect op je comfort. Je voelt je niet prettig."

Variatie in temperatuur lijkt gezonder

Van Marken Lichtenbelt doet al jaren onderzoek naar energieverbruik en lichaamssamenstelling. "Op dit moment is de binnentemperatuur in een huis of gebouw vaak heel strak afgesteld, met altijd en overal dezelfde temperatuur. Wat meer variatie lijkt gezonder. Een wat lagere temperatuur in de winter bijvoorbeeld en een wat hogere temperatuur in de zomer."

Nog beter is als je zelf invloed hebt op de temperatuur. "Door een raam te openen bijvoorbeeld, of door zelf de thermostaat een graadje hoger of lager te kunnen zetten", zegt Van Marken Lichtenbelt. "Thuis kan dat natuurlijk prima, op het werk is dat vaak niet mogelijk."

Oplossing: verwarmd bureaublad of voetenwarmer

Voor op het werk voorziet de Limburgse hoogleraar steeds meer mogelijkheden voor persoonlijke temperatuurcontrole. "Denk aan een verwarmd bureaublad en een voetenwarmer voor als je het te koud vindt, en ventilatoren bij je bureau voor als je het te warm vindt. Hier doen wij momenteel onderzoek naar, ook in het kader van energiezuinig bouwen."

Een andere optie: lokale verschillen in temperatuur. "De ene kant van de kantoortuin is bijvoorbeeld een paar graden warmer dan de andere kant. Je kunt vervolgens zelf kiezen waar jij je comfortabel voelt", aldus Van Marken Lichtenbelt. Deze tactiek kan thuis ook worden toegepast door de temperatuur in de ene kamer anders af te stellen, dan in de andere kamer.

Kortom, meer aandacht voor verschillen en voorkeuren lijkt de oplossing. Maar of de discussie op de werkvloer (of thuis) daarmee stopt is nog maar de vraag. Want feit blijft dat vrouwen het sneller koud hebben. En daaraan is, behalve het regulieren van de temperatuur in gebouwen en het dragen van bijvoorbeeld meer of warmere kleding, weinig aan te doen.