Intensieve controles met MRI-scans of mammografieën blijken voor dragers van het borstkankergen BRCA2 bijna net zo effectief als het preventief amputeren van beide borsten, concluderen onderzoekers van het Erasmus MC na onderzoek.

Als de patiënten zich elk half jaar laten controleren, blijven de overlevingskansen "vrijwel even groot". Dat komt volgens onderzoeker en epidemioloog Anette Heemskerk-Gerritsen doordat de ziekte dan in een vroeg stadium wordt ontdekt. De borstkanker is dan vaak beter te bestrijden.

Voor vrouwen die het BRCA1-gen dragen, verbetert de ingreep wél de overlevingskansen, stellen de onderzoekers.

Bijna drieduizend vrouwen met BRCA1 en BRCA2 zijn voor het onderzoek gemiddeld tien jaar lang gevolgd.

Dragers van de genfouten BRCA1 en BRCA2 hebben 60 tot 80 procent kans om borstkanker te krijgen. Elk jaar laten zo'n honderd tot tweehonderd vrouwen hun borsten daarom preventief verwijderen.

'Onderzoek kan voor opluchting zorgen'

Heemskerk-Gerritsen zegt tegen het AD dat het nieuws "een klap in het gezicht kan zijn van de honderden vrouwen die al een borstamputatie achter de rug hebben". Tegelijkertijd kan het als een opluchting komen voor dragers van het BRCA2-gen die worstelen met de keuze tussen amputatie en intensieve controle.

"Je borsten laten verwijderen is voor elke vrouw heftig. Het doet iets met je zelfbeeld en seksualiteit. Voor de vrouwen die nog worstelden, is het fijn om te weten dat ze écht een keuze hebben", meent Heemskerk-Gerritsen.

In Nederland krijgen jaarlijks ongeveer vijftienduizend mensen borstkanker, van wie het merendeel vrouw is. Jaarlijks overlijden meer dan drieduizend mensen aan de ziekte, aldus KWF Kankerbestrijding. Borstkanker is na huidkanker de meest voorkomende kankersoort in Nederland.