De landelijke vaccinatiegraad is vorig jaar stabiel gebleven, blijkt maandag uit voorlopige cijfers van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Hoewel het percentage nog onder het oude niveau ligt, is er volgens de RIVM wel een einde gekomen aan een dalende trend.

Van de kinderen die in 2016 geboren zijn, heeft 90,2 procent vóór het bereiken van de tweejarige leeftijd alle vaccinaties volgens het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) ontvangen. De voorlopige cijfers voor jongere kinderen laten zelfs een lichte stijging zien.

De vaccinatiegraad van HPV (baarmoederhalskanker) is in 2018 met 45,5 procent na daling eveneens gestabiliseerd.

Uit het rapport blijkt verder dat niet meer mensen dan normaal een ziekte hadden waartegen via het RVP wordt ingeënt. Het aantal mensen met meningokokkenziekte W is daarentegen wel gestegen. Het aantal patiënten nam toe van 80 naar 103.

Vanwege deze ontwikkeling worden baby's sinds vorig jaar tegen meerdere soorten meningokokken ingeënt. Deze meningokokken ACWY-vaccinatie wordt dit jaar ook aangeboden aan de 875.000 jongeren die tussen 2001 en 2005 zijn geboren.

Staatssecretaris voorzichtig positief over cijfers

"Ik ben voorzichtig positief over de kant die de vaccinatiegraad opgaat", schrijft staatssecretaris Paul Blokhuis (Volksgezondheid) in een brief aan de Tweede Kamer. "Doel van mijn inzet is het behalen van gezondheidswinst, waar dat met vaccineren mogelijk is."

De staatssecretaris wil zestien- of zeventienjarigen de mogelijkheid geven om gemiste RVP-vaccinaties alsnog in te halen. Het gaat om 9,9 procent van de jongens en 47,7 procent van de meisjes. De vaccinatiegraad onder meisjes is vooral laag vanwege de HPV-vaccinatie. Als deze vaccinatie buiten beschouwing wordt gelaten, daalt het percentage meisjes dat niet alle RVP-vaccinaties heeft ontvangen naar 9,4 procent.

Slechts 2,1 procent van alle zestien- of zeventienjarigen heeft geen enkele RVP-vaccinatie gehad.