Op Wereld Donordag (14 juni) wordt wereldwijd aandacht gevraagd voor bloeddonatie. Mooie aanleiding om stil te staan bij de verschillende bloedgroepen, want het 'verkeerde' bloed bij een bloedtransfusie kan soms zelfs tot de dood leiden. Is het daarom belangrijk om je eigen bloedgroep te weten?

"Je hoeft je niet te schamen als je het niet weet. Bijna de helft van de Nederlanders kent zijn eigen bloedgroep niet", zegt Merlijn van Hasselt, woordvoerder van Sanquin, een non-profitorganisatie die de bloedvoorziening in Nederland verzorgt.

Je bloedgroep speelt alleen een rol in medische situaties. "Als je in het ziekenhuis ligt en een bloedtransfusie nodig hebt, bijvoorbeeld. Of juist als je je aanmeldt als bloeddonor natuurlijk."

Ook bij vrouwen die voor de tweede of daaropvolgende keer zwanger zijn, zijn de bloedtypes van moeder en kind van belang. Als die niet overeenkomen, is dat soms riskant voor de baby. Maar in alle gevallen zullen medici jouw bloedgroep testen of opzoeken in je dossier, en niet afgaan op wat jij beweert.

Welke bloedgroepen komen het meest voor in Nederland?

  • Bloedgroep O: 47 procent van de Nederlanders
  • Bloedgroep A: 42 procent van de Nederlanders
  • Bloedgroep B: 8 procent van de Nederlanders
  • Bloedgroep AB: 3 procent van de Nederlanders
  • Daarnaast is 84 procent van de Nederlanders zogeheten rhesus-positief (het 'plusje' achter je bloedgroepletter). Veel mensen hebben dus O+ of A+, terwijl B- en AB- weinig voorkomen

Zonder medische noodzaak geen bloedonderzoek

Wie nieuwsgierig is naar de eigen bloedgroep en het graag wil weten, heeft pech: zonder medische noodzaak kun je er niet zomaar achter komen. De huisarts zal dan geen bloedonderzoek voorschrijven.

Dat zou ook nergens voor nodig zijn, benadrukt Van Hasselt. "Over het algemeen is er geen enkele reden om je bloedgroep te laten bepalen. Het heeft helemaal geen invloed op je dagelijks functioneren. Je lichaam weet zelf wat voor bloedgroep het heeft, dat is genoeg."

Elke donor welkom

Bloedbank Sanquin verwelkomt elke dag nieuwe donoren, ongeacht diens bloedgroep (mits hij of zij wel aan bepaalde andere voorwaarden voldoet). Idealiter wordt iedere bloeddonor ook grofweg even vaak opgeroepen: mannen maximaal vijf keer per jaar, vrouwen maximaal drie keer. Je bloedgroep maakt daarbij weinig uit.

"In bloedgroepen A en B zit een soort natuurlijke balans. Bloedgroep AB is zeldzaam, die zie je dus niet vaak bij patiënten, maar daar heb je dus ook maar weinig donoren voor nodig", aldus Van Hasselt. "Alleen een O-negatief-donor wordt iets vaker opgeroepen dan een O-positief-donor."

Iedereen kan namelijk O-negatief-bloed toegediend krijgen, zonder risico's. Ideaal voor noodgevallen. Overigens kan ook de locatie en voorraad van de bloedbank een rol spelen bij het uitnodigen van donoren van een specifieke bloedgroep. Het maakt soms uit of je donor bent bij een veelbezochte bloedbank in de Randstad, of in een rustige plattelandsgemeente.

Het maakt niet uit welke bloedgroep je hebt als je donor wil worden. (Foto: ANP)

Je hebt niet één, maar heel veel bloedgroepen

Overigens is het een onmogelijke klus om helemaal op de hoogte te zijn van je bloedtype. Je behoort namelijk niet tot één bloedgroep, maar tot meer dan honderd. "Er zijn ongeveer 360 verschillende bloedgroepen bekend, waarvan je er 140 tot 150 draagt", legt Van Hasselt uit.

De gemiddelde 'bloedgroepweter' kent slechts één of twee van die systemen: of je bloed tot groep A, B of O behoort, en of je bloedcellen de zogeheten rhesusfactor hebben of niet, wat zich uit als een plusje of minnetje achter de A, B of O.

Slechts paar bloedgroepen van belang

Als je morgen in het ziekenhuis zou belanden en een bloedtransfusie nodig hebt, zijn eigenlijk alleen je ABO- en je rhesusfactor van belang. "Die twee veroorzaken de heftigste reacties als je verkeerde bloedcellen toegediend zou krijgen. Dan gaat je lichaam namelijk heel hard aan de slag om het bloed af te stoten, soms zelfs met fatale gevolgen."

“Bloed toegediend krijgen van de verkeerde AB0-bloedgroep of verkeerde rhesusfactor heeft soms fatale gevolgen”
Merlijn van Hasselt, woordvoerder Sanquin

Al die circa 140 andere bloedgroepsystemen maken bij een eenmalige bloedtransfusie niet uit. En zelfs voor wie regelmatig transfusies krijgt, zijn er nog steeds maar 22 van belang om te voorkomen dat het lichaam zich tegen het donorbloed keert. Sanquin werkt daarom zelf ook met 'maar' 22 bloedgroepsystemen.

Bloedgroep heeft niks te maken met eetpatroon

Verhalen dat je in je eetpatroon rekening zou moeten houden met je bloedgroep, bijvoorbeeld om genoeg voedingsstoffen binnen te krijgen, verwijst Van Hasselt naar het rijk der fabelen.

"Er is weliswaar een verband tussen je bloedgroep en je darmen, maar dat heeft helemaal niets te maken met wat je wel of niet zou moeten eten." Ook is het zogeheten bloedgroepdieet om af te vallen nooit wetenschappelijk bewezen. Kortom: een medicus kan iets met de kennis van jouw bloedgroep(en), jijzelf hebt eigenlijk helemaal niks aan die informatie.