De advocaat-generaal heeft vrijdag in een advies aan de Hoge Raad gesteld dat de kosten van zelfgekweekte wiet voor medische doeleinden aftrekbaar bij de belasting zouden moeten zijn. De Hoge Raad moet nog definitief uitspraak doen.

De zaak draait om een vrouw die lijdt aan een ernstige vorm van de ziekte van Crohn, een chronische ontstekingsziekte van de darm. Omdat reguliere medicijnen en ook medicinale wiet niet het gewenste effect hadden, schreven artsen haar een andere soort cannabis voor.

Deze wiet moest de vrouw zelf kweken. De kosten voor de teelt en het gebruik van de wiet diende zij bij de belastingaangifte in als aftrekbare specifieke zorgkosten. Volgens de Belastingdienst was dat onterecht, omdat de cannabis niet verstrekt is door een arts of apotheker.

De vrouw stapte naar de rechter, die haar in het gelijk stelde, maar in hoger beroep werd deze beslissing teruggedraaid. De vrouw ging daarop in cassatie bij de Hoge Raad. Uitspraken van deze instantie worden altijd voorafgegaan door een niet-bindend advies van de advocaat-generaal.

Aftrekpost ook bedoeld voor niet-reguliere geneesmiddelen

De advocaat-generaal laat in zijn advies weten dat het aftrekken van specifieke zorgkosten ook geldt voor "kosten van niet-reguliere geneesmiddelen die door een arts zijn voorgeschreven".

Verder wordt opgemerkt dat het telen of het op voorraad hebben van cannabis in enkele gevallen, waarbij het om bijzondere omstandigheden zoals het niet voorhanden hebben van een alternatief geneesmiddel gaat, niet wordt vervolgd.

Het is onbekend wanneer de Hoge Raad uitspraak doet.