Vorig jaar hebben 162 mensen geklaagd over de gevolgen van de implantaten die ze hebben gekregen, blijkt uit gegevens van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Dat is minder dan vorig jaar, toen bij een speciaal meldpunt van het RIMV 264 meldingen binnenkwamen.

Een duidelijke verklaring voor de afname heeft het RIVM niet, behalve dat er in juli 2017 veel publiciteit voor de lancering van het meldpunt was.

De meeste meldingen (64 procent) gingen vorig jaar, net als in 2017, over gezondheidsklachten door een borstimplantaat. In totaal kreeg het RIVM meldingen over ruim achthonderd verschillende bijwerkingen van implantaten binnen.

Vermoeidheid en gewrichtspijn worden het vaakst genoemd. Ook vinden mensen dat ze minder zelfstandig zijn geworden. Het gaat bij de implantaten niet alleen om borstprotheses, maar ook om bijvoorbeeld bekkenbodemmatjes, heupprotheses, pacemakers en koperspiraaltjes.

Het relatief grote aantal meldingen over borstimplantaten komt volgens het RIVM voor een deel door de media-aandacht en onderzoeken die er zijn geweest rond gezondheidsklachten en borstimplantaten.

De jongste patiënt van wie een bijwerking binnenkwam, was 22 jaar. De oudste was 84, aldus het RIVM.