Vijftien Nederlandse ziekenhuizen gaan onderzoek doen naar het vaccineren van vrouwen die een medische ingreep tegen baarmoederhalskanker hebben gehad. Het doel is dat het virus verdwijnt dat de ziekte veroorzaakt.

Baarmoederhalskanker ontstaat langzaam en is het gevolg van een langdurige besmetting met het humaan papillomavirus (HPV). Bijna iedereen krijgt dit virus een keer, maar doorgaans ruimt het lichaam het virus zelf op. Als dit niet gebeurt, kan op langere termijn een gezwel ontstaan.

Bij een ingreep tegen baarmoederhalskanker worden onrustige cellen bij de baarmoeder verwijderd om te voorkomen dat ze uitgroeien tot kankercellen.

In het onderzoek kijken de ziekenhuizen of vrouwen alsnog resistent kunnen worden tegen HPV. Meisjes krijgen in het jaar dat ze dertien worden de vaccinatie aangeboden. Vrouwen kunnen via een uitstrijkje bij de huisarts laten testen of ze het virus dragen en een positieve uitslag kan soms leiden tot een ingreep.

Achthonderd vrouwen onderzocht

Het AD schrijft dat het onderzoek onder achthonderd vrouwen nu moet uitwijzen of vaccinatie het lichaam kan helpen het virus op te ruimen. Het Erasmus MC en het Franciscus Gasthuis & Vlietland hebben samen een 500.000 euro gekregen voor de studie.

"Als het virus nog een keer tot onrustige cellen leidt, moet er opnieuw een plakje van de baarmoederhals worden weggehaald", zegt gynaecoloog Ward Hofhuis tegen de krant. "Dat wil je voorkomen, omdat dit het risico op een vroege geboorte bij een zwangerschap aanzienlijk groter maakt."

Baarmoederhalskanker komt voornamelijk voor bij vrouwen tussen de 35 en 45 jaar. In Nederland krijgen jaarlijks ruim zevenhonderd vrouwen de diagnose baarmoederhalskanker en jaarlijks sterven er tussen de 200 en 250 vrouwen, schrijft het RIVM.