Voor het eerst is er een niertransplantatie uitgevoerd tussen levende patiënten die beiden het hiv-virus hebben. De operatie werd maandag succesvol uitgevoerd door het academisch ziekenhuis John Hopkins in het Amerikaanse Baltimore.

"Het is überhaupt de eerste keer dat iemand met hiv bij leven een nier mag afstaan. En dat is geweldig", zegt hoogleraar chirurgie Dorry Segev in The Washington Post.

Voorheen kregen mensen met hiv geen toestemming om een nier te doneren, omdat er zorgen waren dat het orgaan was beschadigd door het virus en de vele medicijnen. Wel zijn er eerder in Amerika ongeveer honderd transplantaties tussen hiv-patiënten uitgevoerd waarbij de donor overleden was, meldt CNN.

"In de jaren tachtig was hiv nog een ziekte met een doodsvonnis. Nu is de ziekte zo goed onder controle, dat een een hiv-patiënt zelfs een leven kan redden met een niertransplantatie," zegt Segev op de website van de John Hopkins Universiteit.

Donor kreeg besmet bloed tijdens bloedtransfusie

Segev en zijn collega's toonden aan dat de nieuwe hiv-remmende medicijnen niet schadelijk zijn voor de nieren. Uit het onderzoek, waar 40.000 dragers van het hiv-virus voor werden onderzocht, bleek dat patiënten, waarbij het virus goed onder controle is, dezelfde gezondheidsrisico's dragen bij een niertransplantatie als mensen zonder hiv.

De 36-jarige donor Nina Martinez en de ontvanger van de nier maken het goed. In 1983 kreeg Martinez, toen ze zes weken oud was, in het ziekenhuis een bloedtransfusie met hiv-besmet bloed. Bloedbanken deden toen nog geen routineonderzoek naar hiv in het donorbloed, meldt CNN.