Na een faillissement moesten zeven van de vijftien abortusklinieken in Nederland sluiten. Hoe is dat gat opgevangen? En hoe staan de zaken ervoor in de sector?

2017 was een onrustig jaar voor de abortuszorg in Nederland. De grootste keten van klinieken, CASA Klinieken, werd failliet verklaard, nadat bekend werd dat er voor bijna 9 miljoen euro gefraudeerd werd met verzonnen declaraties. Op die manier werd geprobeerd om zorgverzekeraars om de tuin te leiden. Door het faillissement verdwenen zeven van de vijftien klinieken in het land.

Na het wegvallen van die locaties kwamen andere klinieken in actie, vertelt Daphne Latour-Oldenhof, specialist Beleid Ongewenste Zwangerschap bij Fiom, een stichting die gespecialiseerd is in ongewenste zwangerschap en afstammingsvragen.

"De andere klinieken hebben het wegvallen opgevangen door ruimere diensten te draaien en langer open te blijven. Alle medewerkers hebben zich enorm ingezet om iedereen op tijd te kunnen helpen."

Stabiel aantal abortussen in Nederland

Het aantal abortussen in Nederland schommelt al jaren rond de 30.000. De sector voerde in 2017 in totaal 30.523 zwangerschapsafbrekingen uit; 379 meer dan in 2016, blijkt uit jaarcijfers van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.

Vrouwen in de leeftijdscategorie 25 tot 30 jaren laten het vaakst een zwangerschap afbreken. Dit kan tot 24 weken in de zwangerschap. Het aantal tieners dat kiest voor abortus daalt sinds 2002. In 2016 waren dat er 2.941, in 2017 daalde dat aantal naar 2.658.

  • Er werden in Nederland 30.523 abortussen uitgevoerd in 2017
  • Vrouwen van 25 tot 30 jaar laten het vaakst een zwangerschap afbreken
  • Het aantal tieners dat een abortus pleegt daalt sinds 2002

Nauwelijks hinder ondervonden

Inmiddels zijn er weer enkele nieuwe klinieken geopend, waardoor het aantal is teruggebracht tot twaalf. "Vrouwen hebben daardoor nauwelijks hinder ondervonden van de sluiting. Ook de spreiding over het land is na de opening van nieuwe klinieken weer goed", aldus Latour-Oldenhof. In enkele gevallen zijn abortusartsen zelf een kliniek begonnen.

In Nederland ligt het aantal abortussen relatief laag in vergelijking met andere landen. Wereldwijd eindigt een op de vier zwangerschappen in een abortus, bleek uit onderzoek van de wereldgezondheidsorganisatie WHO in 2016. In ontwikkelde landen neemt dit aantal sinds 1990 af - het cijfer halveerde bijna - terwijl dit in ontwikkelingslanden hetzelfde blijft.

“Wereldwijd eindigt een op de vier zwangerschappen in een abortus.”
Wereldgezondheidsorganisatie WHO

Het verschil is volgens de onderzoekers vooral te wijten aan het wel of niet gebruiken van anticonceptiemiddelen, dat in ontwikkelingslanden veel minder normaal is. In West-Europa is het aantal abortussen relatief laag (21 per duizend vrouwen), in Oost-Europa is dit hoger (42 per duizend vrouwen).

Het cijfer dat vergeleken wordt, wordt gemeten aan de hand van het abortuscijfer en wordt naar ratio berekend. De abortusratio geeft de verhouding tussen het aantal zwangerschapsafbrekingen en het aantal levend geboren kinderen in hetzelfde jaar aan.

Betere nazorg gewenst

Op het gebied van nazorg is er nog wel iets te verbeteren in de sector. Fiom zou graag zien dat er meer aandacht komt voor psychosociale nazorg, aldus Latour-Oldenhof. "We zijn hier ook met het ministerie over in gesprek. Er zit te weinig ruimte in de wet om vrouwen te helpen als zij bijvoorbeeld last krijgen van schuldgevoelens of spijt. Zij kunnen gebaat zijn bij psychosociale hulp. Daar zijn financiële middelen voor nodig."

Pyschosociale problemen zijn problemen die enerzijds samenhangen met eigen gevoelens en gedachten en anderzijds met mensen en instanties. Zo kan er sprake zijn van schaamte, angst, boosheid, minderwaardigheidsgevoelens en lusteloosheid.

"Er is al wel aandacht voor het emotionele vlak van de nazorg, maar dit is nog relatief beperkt. Als een vrouw een aantal maanden na de abortus bijvoorbeeld nog kampt met schuldgevoelens of schaamte en daar hulp bij wil, dan kan ze lastig ergens terecht voor specialistische hulp."