Al jarenlang worden we gewaarschuwd voor het effect van beeldschermen op onze ogen, maar de tijd die we doorbrengen op computers, tablets en telefoons neemt niet af. Vooral het effect op kinderogen is aanzienlijk, waarschuwen experts. Wat te doen?

Een boek lezen op de iPad, de hele dag aan het werk achter de laptop of computer, gamen via de tv of eindeloos whatsappen op de smartphone. Schermen zijn al jaren niet meer weg te denken uit ons dagelijkse leven, maar zorgen ook nog steeds voor problemen en weerstand.

Die problemen zijn er in verschillende vormen en maten. Wie lange tijd achter elkaar leest of achter een beeldscherm zit, kan bijvoorbeeld last krijgen van vermoeide ogen.

Vaak is er dan sprake van hoofdpijn, prikkelbaarheid en concentratieproblemen. Ook kan er sprake zijn van pijn in of rond de ogen, een brandend gevoel, tranende of juiste droge ogen of een gevoeligheid voor licht, aldus het Oogfonds. Het is overigens geen ernstige aandoening, maar kan wel vervelend zijn.

Beeldschermen verhogen risico bijziendheid

Een ander veelbesproken onderwerp is bijziendheid. Bijziendheid is gedeeltelijk erfelijk bepaald, maar hangt ook samen met een levensstijl. Veel binnen zitten, lezen en achter beeldschermen zitten verhoogt het risico.

De komende decennia dreigt bijziendheid vele tienduizenden Nederlanders blind te maken, waarschuwde Caroline Klaver, hoogleraar oogheelkunde aan het Rotterdamse Erasmus Medisch Centrum vorig jaar in NRC. Om deze stijging te voorkomen moeten er drastische maatregelen genomen worden, oppert Klaver.

Bijziendheid wordt veroorzaakt doordat het oog anders groeit door het lezen en bekijken van dingen die dichtbij zijn, legt de oogarts uit. Waar we vroeger over de weilanden uitkeken, staren we nu naar boeken en schermen die dichtbij zijn.

"Als we iets dichtbij bekijken dan wordt dat anders gepresenteerd op ons netvlies dan iets dat in de verte te zien is. Is iets dichtbij, dan moet het oog zich inspannen, de lens wordt boller om het scherp te kunnen projecteren. Het oog doet dat liever niet. Als het oog langer wordt, hoeft het zich minder in te spannen", zegt Klaver. 

Helft Nederlandse kinderen bijziend

Als een kind op jonge leeftijd al veel van dichtbij bekijkt, krijgt het oog het signaal om langer te worden. "Het weefsel in het oog moet zich dan verdelen over een groter oppervlakte. Vooral als iemand ouder wordt ontstaan aan de achterkant van het oog problemen, zoals het verdwijnen van het netvlies of het ontstaan van bloedingen."

“Naar buiten gaan helpt echt enorm en zorgt voor minder bijziendheid”
Caroline Klaver, hoogleraar oogheelkunde aan het Rotterdamse Erasmus Medisch Centrum

Inmiddels is de helft van de Nederlandse kinderen al bijziend of zal dit worden, aldus Klaver. "Vroeger was dat een kwart. Er is ook een toename van de groep die hoogbijziend is, zij hebben -6 of meer." Dit was vroeger 3 procent, inmiddels is dat 5 procent, de tendens zal mogelijk naar 10 procent gaan, aldus Klaver. "Als je nagaat dat één op de drie uit die groep slechtziend wordt, is dat een flink percentage."

Meer naar buiten

Het Oogfonds en ook Klaver adviseert om kinderen daarom minstens twee uur per dag buiten te laten spelen. Ook moeten zij regelmatig een pauze nemen tijdens het lezen of als er naar een beeldscherm wordt gekeken. "Op dit moment gaan schoolgaande kinderen slechts een uur per dag naar buiten. In de winter is dat nog minder", aldus Klaver. "Maar naar buiten gaan helpt echt enorm en zorgt voor minder bijziendheid."

Wie wil proberen om verstandiger met beeldschermtijd om te gaan, kan de ogen helpen door regelmatig even pauze te nemen, aldus Klaver.

"We noemen het de 20:20-methode. Na twintig minuten even een korte pauze van twintig seconden nemen en in de verte kijken, weg van het dichtbije scherm. Zo kan het oog even ontspannen, en de afwisseling van dichtbij en veraf kijken zorgt dat het oog niet excessief gaat groeien."

Wie last krijgt van vermoeide ogen kan het beste rust nemen, voldoende slapen helpt dan. Maar ook pauzes nemen heeft zin als je achter de computer werkt. Elke twee uur even achter het scherm vandaan komen, kan al helpen. Ook is het belangrijk dat er minimaal dertig centimeter afstand tot het beeldscherm wordt gehouden.

Inmiddels is de helft van de Nederlandse kinderen al bijziend of zal dit worden

Ouders staan voor dilemma's

In onderzoeken komt herhaaldelijk naar voren dat ouders het lastig vinden om hun kinderen achter de schermen vandaan te halen. Wie op de website Mediaopvoeding.nl komt, ziet dat er volop vragen worden gesteld door ouders met dilemma’s. Moet ik verschillende regels aanhouden voor ouder en jonger broertje? Hoe schadelijk zijn YouTube-filmpjes? Kan je de smartphone van een kind op afstand uitschakelen?

De vragen op de website gaan verreweg het meest over beeldschermtijd, vertelt Justine Pardoen van Bureau Jeugd & Media en hoofdredacteur van Mediaopvoeding.nl, een website van Stichting Opvoeden.

"Die tijd met mobiele schermen beperken vinden ouders een stuk moeilijker dan bij tv. Met de ouderwetse media hadden ze ook meer grip op wat kinderen zien en wanneer. Meekijken was ook makkelijker dan nu."

Veel aandacht voor probleem, minder voor oplossing

Als kinderen zeven jaar worden, lopen veel gezinnen tegen serieuze problemen aan, aldus Pardoen. "Ouders ervaren het als een enorm negatieve factor dat er zoveel geduwd en getrokken moet worden om kinderen achter de schermen vandaan te halen. Daardoor is er onevenredig veel aandacht voor hoe lang ze kijken, en veel minder voor wát ze doen en om samen iets met media te doen. Terwijl dat nu juist kan voorkomen dat media vooral een negatieve invloed hebben op het gezin.”

Ouders nemen soms de maatregel om het mediagebruik drastisch te verminderen, omdat het mediagebruik uit de hand loopt. "Maar kinderen willen dingen doen met hun vriendjes en vooral ook dezelfde dingen doen als zij." 

Daarom is beperken alleen geen optie, aldus de expert. "Verdiep je in de inhoud van wat ze doen en willen: welke games spelen ze, met wie hebben ze contact en welke vaardigheden ontwikkelen ze daardoor?" Praat met je kind over wat ze meemaken en wat ze daarbij voelen en denken, benadrukt Pardoen. "Hoe meer positief betrokken je de kinderen begeleidt, hoe gemakkelijker het is om redelijke regels in te voeren."