Partners van vrouwen die recentelijk moeder zijn geworden, zouden vaker dagelijks een luier verschonen dan in 1983, blijkt uit onderzoek door het EenVandaag Opiniepanel. 

Voor het programma Hoe Bevalt Nederland, gepresenteerd door Ria Bremer, zijn drie deelvragenlijsten ingevuld door ruim vijftienduizend vrouwen. Het is niet bekend hoeveel partners man en hoeveel partners vrouw zijn.

De ondervraagde vrouwen zijn zwanger of kregen in 2016, 2017 of 2018 een kind. Een soortgelijk onderzoek werd bij de vorige editie van het televisieprogramma uitgevoerd. Dit programma werd in 1983 uitgezonden en gepresenteerd door Bremer. Een deel van de uitkomsten van de onderzoeken werd met elkaar vergeleken.

In 1983 verschoonde 44 procent van de partners dagelijks een luier, nu komt dit percentage uit op 76 procent. In 1983 verschoonde 15 procent "zelden of nooit" een luier, dat aandeel is gezakt naar 4 procent.

Iets meer dan de helft (56 procent) van de partners geeft de baby dagelijks de fles, blijkt uit het huidige onderzoek. In 1983 was dit aandeel ongeveer gelijk (51 procent).

Uit de antwoorden zou blijken dat moeders over het algemeen vaker voor hun baby zorgen dan hun partner, blijkt uit de antwoorden. Drie kwart van de vrouwen zorgt naar eigen zeggen het meest voor het kind. Een kwart zegt dat de zorg evenredig is verdeeld tussen beide partners en 1 procent zegt dat juist de partner de meeste zorg op zich neemt.

Helft vindt dat partner 'veel begrip' heeft voor welzijn tijdens zwangerschap

De vrouwen is ook gevraagd naar de rol van hun partner tijdens de zwangerschap. Dit hoeft niet per se om de biologische vader te gaan.

Zo'n 49 procent van de respondenten vindt dat de eigen partner "heel veel" begrip heeft voor haar welzijn tijdens de zwangerschap. 45 procent stelt dat dit begrip "behoorlijk" was en 5 procent vindt dat er niet zo veel begrip was.

Ook over de rol van hun partner bij de bevalling zijn de vrouwen positief. 73 procent is hier "heel positief" over en 24 procent heeft de steun van haar partner ervaren als "behoorlijk positief". 1 procent heeft echter gekozen voor het antwoord "niet zo positief".