35 genen bepalen hoe waarschijnlijk het is dat iemand wiet gaat roken. Een deel van deze genen bepaalt ook of iemand gaat roken of een ziekte als schizofrenie ontwikkelt. 

Dat blijkt uit een onderzoek van de Radboud Universiteit, de universiteit van Virginia en het Australische onderzoeksbureau QIMR Berghofer, dat is gepubliceerd in Nature Neuroscience.

De onderzoekers hebben de genen van 180.000 mensen onderzocht. Uit de miljoenen gencombinaties die de onderzoekers hebben gezien, zijn dus 35 genen naar voren gekomen die invloed hebben op de kans dat iemand wiet gaat gebruiken.

Toch zijn er ook andere factoren die invloed hebben op wietgebruik. De onderzoekers noemen dat de sociale omgeving ook belangrijk is voor de kans dat iemand wiet gaat roken.

Dezelfde genen zorgen voor mentale stoornissen

Een deel van dezelfde genen die de kans op wietgebruik beïnvloeden, zorgen er ook voor dat iemand alcohol of tabak gaat gebruiken. Datzelfde geldt volgens de onderzoekers ook voor het ontwikkelen van mentale stoornissen en bijvoorbeeld risicovol gedrag.

In het onderzoek is een nieuwe techniek gebruikt, om verbanden tussen mentale stoornissen en het gebruiken van wiet in kaart te kunnen brengen.

Schizofrenie is een van de stoornissen die onderzocht. De link tussen wietgebruik en schizofrenie was volgens de onderzoekers altijd al aanwezig, maar het was niet duidelijk hoe het elkaar beïnvloedde. Uit dit onderzoek blijkt dat de genen die het waarschijnlijker maken dat iemand wiet gaat roken, ook schizofrenie ontwikkelen. 

Volgens de onderzoekers roken mensen met schizofrenie vaker wiet, omdat ze er kalm van worden en zo hun angstaanvallen in bedwang kunnen houden. De onderzoekers hebben niet kunnen vaststellen dat wietgebruik schizofrenie veroorzaakt.