Ruim de helft van de wilsverklaringen voor euthanasie is verouderd en kan daardoor als nutteloos worden beschouwd. De verklaringen moeten af en toe worden vernieuwd, maar dat gebeurt nu amper.

Dagblad Trouw schrijft woensdag over een onderzoek van huisarts Matthijs van Wijnen die ruim zes jaar lang enquêtes hield onder vierduizend leden van de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE) en duizend leden van de Nederlandse Patiënten Vereniging (NPV).

Hij concludeerde dat 42 procent van de NVVE-leden in die zes jaar opnieuw hun wilsverklaring bespraken met hun huisarts. Onder de leden van de NPV was dit aandeel slechts 28 procent.

In een wilsverklaring kan vastgelegd worden hoelang artsen moeten doorbehandelen, of in welke gevallen de patiënt euthanasie zou willen.

Artsen zijn niet verplicht mee te werken aan levensbeëindiging en kunnen dit weigeren. Dat wordt volgens Van Wijnen makkelijker als de wilsverklaring verouderd is. Hoe vaak de wilsverklaring zou moeten worden vernieuwd, kan hij niet zeggen. 

Een NVVE-woordvoerder zegt tegen de krant dat de vereniging met de Artsenfederatie overlegt om een richtlijn op te stellen. Een harde grens voor hoe vaak de wilsverklaring moet worden besproken, zoals bijvoorbeeld ieder jaar, wil hij echter niet geven. "Vond het laatste gesprek toevallig net dertien maanden geleden plaats, dan kan een onwillige arts de euthanasie alleen maar makkelijker afwijzen."