​Zorgverzekeraar Menzis kreeg maandag veel verontwaardigde reacties toen de verzekeraar aankondigde de kosten voor de behandeling van depressies en angsten te gaan vergoeden op basis van het behaalde resultaat, en niet langer op basis van het aantal behandelingen. Waarom is het besluit zo omstreden en is de kritiek terecht?

''We willen belonen op de uitkomsten en niet langer op het aantal behandelingen. Het belang van de patiënt wordt nu meegewogen'', zegt een woordvoerder van Menzis maandag over de plannen. Het leidt tot veel verontwaardigde reacties.

Onder andere het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP) heeft veel bezwaren tegen de nieuwe vorm van financiering. Waar zorgaanbieders van Menzis voorheen geld kregen voor het aantal behandelingen, wordt dat nu gedaan op basis van het behaalde resultaat. Dit wordt bepaald aan de hand van onder meer ervaren klachtenvermindering en de kwaliteit van leven van de patiënten.

Maar volgens het NIP is die werkwijze te kort door de bocht. Het verloop van een depressie of angststoornis is "veel onvoorspelbaarder" dan bij andere klachten stelt Hans Koot, lid van het algemeen bestuur van het NIP.

"Het lijkt totaal niet op het genezingsproces van bijvoorbeeld een gebroken been. De oorzaak, de aard en het verloop van een psychische stoornis als angst of depressie varieert van mens tot mens".

Koot stelt dan ook dat het geen enkele zin heeft om ggz-behandelingen te vergoeden op basis van behaalde resultaten. "Dat resultaat kun je niet zomaar objectief meten en kan kort na de behandeling al weer anders zijn. Terugvallen komen bij depressies veel voor."

Het NIP verwacht negatieve effecten van de plannen van Menzis. "Risicomijdend gedrag van instellingen bijvoorbeeld, zoals het voortijdig afronden van behandelingen als snelle resultaten uitblijven, langere wachttijden en het uitblijven van goede nazorg", zegt Koot. 

Zwaardere behandelingen worden zwaarder beloond

Volgens Menzis is dit echter niet aan de orde. De patiënten van wie de behandelresultaten wordt gemeten, zijn volgens woordvoerder Joeri Veen van Menzis alleen "mensen met een lichte depressie of angststoornis, van wie de behandelaar verwacht dat ze binnen een jaar te helpen zijn".

Bij deze, volgens Veen "kleine groep", patiënten wordt vanaf 2019 gedurende drie jaar bijgehouden hoe zij onder meer de kwaliteit van de geleverde zorg ervaren. Aan de hand van deze resultaten worden de zorgverleners dan "beloond".

Volgens hem leidt deze maatregel er niet toe dat nu alleen de ''makkelijke patiënten'' worden behandeld. ''Zware patiënten zijn voor de specialist een grotere uitdaging en die wordt dan ook zwaarder beloond bij een goed resultaat.''

'Kwaliteit al gemonitord, maar er wordt niks mee gedaan'

Ayhan Tatlicioglu, klinisch psycholoog en directeur van Inter-Psy, een ggz-instelling voor basis-ggz en gespecialiseerde ggz, vindt het besluit van Menzis wel "een goede zaak". "Menzis gaat veel meer inkopen op basis van de waarde van de zorg, waarbij wordt gekeken naar de kwaliteit van de behandelaar."

Tatlicioglu legt uit dat de kwaliteit van de behandeling en de tevredenheid van een patiënt met psychologische en psychiatrische klachten al zo'n acht jaar wordt gemonitord. Dit gebeurt aan de hand van Routine Outcome Measurement (ROM).

"Maar dat heeft eigenlijk nooit consequenties. Of er nu een goede of een slechte uitslag volgt na de evaluatie, de partijen mogen voor hetzelfde bedrag hun zorg inkopen. Hiermee benadeel je de partijen die het goed doen. En als dit wel loont, is er meer impuls om jezelf te verbeteren." 

'Risico dat zorgaanbieders gaan selecteren op patiënten'

Hoogleraar Pim Cuijpers, die onderzoek deed naar de behandeling van depressies, zegt het besluit van Menzis "wel te snappen". "Ze willen de zorg efficiënter maken, omdat het inmiddels duidelijk is dat depressie veel voorkomt en een groot probleem is."

De hoogleraar voorziet echter ook problemen en vreest dat de maatregel het risico vergroot dat "aanbieders cliënten selecteren die makkelijker te behandelen lijken". "Zoals hoogopgeleide mensen die goed kunnen praten. Bij die mensen is de kans groter dat een groot deel binnen korte tijd opknapt. Dan weet je dus zeker dat je een groter aantal mensen succesvol behandelt." 

Volgens Cuijpers kan het probleem opgelost worden, als zorgverleners behandelingen aanbieden waarvan bekend is dat ze werken. Ook zouden zorgaanbieders protocollen moeten maken voor mensen die dan nog niet opknappen. "Dat gebeurt nu niet altijd. Ik weet niet waarom. Dan kun je dingen bedenken die het sneller en effectiever behandelen belonen, zoals Menzis nu doet, maar daarmee los je het probleem niet op."

'Meer aandacht voor voorkomen van terugval'

Nathalie Kelderman, directeur van de Depressievereniging, is ook kritisch over het besluit van de zorgverzekeraar. "Dat ze de kwaliteit van de zorg willen verbeteren, daarin vinden we elkaar. Er vindt veel onderbehandeling plaats, maar ook overbehandeling. Dat moeten we beide zien te verminderen."

De vereniging maakt zich ook zorgen, omdat de nadruk zo op het resultaat ligt. "Wat gebeurt er als de behandeling van een patiënt langer dan een jaar duurt? Depressie is een complexe ziekte, waarbij veel factoren een rol spelen. Als vereniging maken we ons zorgen dat deze complexiteit uit het oog wordt verloren. Er spelen zo veel factoren mee die de klachten van een depressie kunnen verminderen. Hoe is bijvoorbeeld iemands werksituatie en sociale leven? De behandeling van een psychiater of psycholoog besteedt daar vaak geen aandacht aan."

Wat mogelijk wel de kwaliteit van de depressiezorg zou kunnen verbeteren en de wachttijden kan verkorten, is de inzet op het voorkomen van een terugval in de depressie. "Wanneer een behandeling te snel wordt afgerond, valt iemand wellicht sneller terug. Wanneer je een depressie hebt gehad, is de kans op een tweede depressie 50 procent. Na twee depressies wordt de kans verhoogd tot 70 à 80 procent. Als je je gezonde verstand gebruikt, zou je meer middelen moeten inzetten op terugvalpreventie."