Hoogopgeleide Nederlanders drinken regelmatiger alcohol in vergelijking met lager opgeleide Nederlanders. Daarentegen roken zij gemiddeld minder vaak.

Dat blijkt uit de publicatie Een (on)gezonde leefstijl: Opleiding als scheidslijn van medewerkers van de sectie sociologie van de Radboud Universiteit (RU) in samenwerking met het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), dat dinsdag is gepubliceerd.

Aan dit onderzoek deden 1.919 Nederlanders mee, die werden gevraagd naar diverse aspecten van hun levensstijl, waaronder gewicht, beweging, roken en drinken. De onderzoekers keken of er bepaalde verschillen op te merken waren wanneer er werd gefilterd op opleidingsniveau.

Hieruit kwam naar voren dat 10,3 procent van de personen met een universitaire opleiding rookt. Dit geldt voor 33,1 procent van de laagopgeleiden.

Drinken wordt juist vaker gedaan door hoogopgeleiden. 46,7 procent van de personen met een WO-opleiding drinkt regelmatig en ook mensen met een hbo-opleiding drinken relatief vaak: 42 procent doet dit regelmatig. Dit geldt voor 33,4 procent van de laagopgeleiden.

'Geen probleem'

Volgens epidemioloog Luc Bonneux is het drinken van "tot vijftien eenheden alcohol per week geen probleem", vertelt hij in de Dit wordt het nieuws-podcast van NU.nl. "De grote meerderheid kan straffeloos genieten van zijn drankjes." Wel waarschuwt hij voor een verslaving van alcohol.

Ook benoemt Bonneux hoe slecht roken is voor de gezondheid. "Roken is zo slecht dat alle andere ongezonde levenswijzen in het niets vallen als je deze vergelijkt met roken", stelt de epidemioloog. "Het goede nieuws voor rokers is dat ze alle andere gezondheidsadviezen aan hun laars kunnen lappen, want die betekenen niks in vergelijking met roken."

Groente eten

Personen die geen hoge opleiding hebben genoten, hebben gemiddeld een BMI van 26,8 (licht overgewicht). Deelnemers met een universitaire opleiding hebben een gemiddeld BMI van 24,4, wat net binnen de grens valt van een gezond gewicht. Bij een BMI vanaf 25 wordt gesproken van overgewicht.

Ook geldt hoe hoger iemand is opgeleid, hoe meer groente zij gemiddeld consumeren. 71,5 procent van de laagopgeleiden eet dagelijks groente, dit geldt voor 86,9 procent van degenen die een wo-opleiding hebben gedaan.