Medicijnfabrikant Pfizer stopt met het onderzoek naar nieuwe medicatie tegen de ziekte van Parkinson en Alzheimer. 

Het onderzoek naar de ziektes levert wel kennis op, maar grote doorbraken blijven tot nog toe uit. De farmaceut verplaatst het vrijgekomen geld naar onderzoek voor andere zware aandoeningen. Het bedrijf hoopt hiermee meer te kunnen betekenen voor aandeelhouders en patiënten. 

Als gevolg van de beslissing van Pfizer zullen de komende maanden zo'n driehonderd werknemers hun baan verliezen. De ontslagen zullen vooral aan de noordoostkust van de Verenigde Staten vallen. 

Pfizer is niet het eerste bedrijf dat te maken krijgt met teleurstellende onderzoeksresultaten. In 2016 kreeg de Amerikaanse farmaceut Eli Lilly te maken met een grote tegenvaller in de zoektocht naar een medicijn tegen de ziekte van Alzheimer. Het bedrijf had een experimenteel middel ontwikkeld, dat na onderzoek bij patiënten toch niet bleek te werken.

Ziekte

Alzheimer is de meest voorkomende vorm van dementie. Iemand met alzheimer krijgt problemen met het geheugen. Naarmate de ziekte erger wordt, krijgt iemand steeds meer moeite met de dagelijkse handelingen. Volgens Stichting Alzheimer Nederland heeft zeventig procent van alle mensen met dementie alzheimer. Ook de ziekte van Parkinson is degeneratieve ziekte, waarbij uiteenlopende klachten zich uiten. Voorbeelden van symptomen zijn trillen, stijfheid en bijvoorbeeld trager bewegen.