Naar verwachting worden de richtlijnen voor de behandeling van borstkanker in Nederland begin volgend jaar aangepast. 

De aanpassing volgt op promotieonderzoek van oncoloog Birgit Vriens van het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven, zo maakte het ziekenhuis woensdag bekend. Ze onderzocht 201 patiënten in 21 Nederlandse ziekenhuizen.

Vriens ontdekte dat de volgorde van toediening van de verschillende soorten chemotherapie die vrouwen met borstkanker krijgen van invloed is op de uitkomst van de behandeling. Ze onderzocht de chemotherapie die vrouwen krijgen vóór een operatie. 

Toediening van chemotherapie voor de operatie heeft verschillende voordelen. Als de behandeling aanslaat, wordt de tumor kleiner en kan een vrouw vaker een borstsparende operatie ondergaan.

Bij de start van de studie werden vrouwen in Nederland behandeld met het zogenoemde TAC-schema, waarbij TAC staat voor een combinatie van drie verschillende soorten chemotherapie die gelijktijdig worden gegeven in zes kuren. 

In de Verenigde Staten werden vrouwen met borstkanker behandeld met het AC-T-schema, waarbij A en C gelijktijdig werden gegeven tijdens vier kuren. Daarna volgden vier T-kuren, waarmee het totaal op acht kuren kwam.

Uit onderzoek van Vriens bleek dat tumoren in de borst bij patiënten die het AC-T-schema volgden vaker volledig verdwenen was. Verder was de groep patiënten bij wie de tumor binnen vijf jaar niet terugkeerde groter bij de AC-T-groep dan bij de TAC-groep.

Dosering

Hoewel bij het AC-T-schema meer kuren nodig zijn, is de totale dosering per type chemotherapie lager, waardoor er minder kans is op bijwerkingen. Verder is de kans op haarbehoud groter.

In Nederland krijgt een op de zeven vrouwen borstkanker. Het is daarmee een van de meest voorkomende kankersoorten bij vrouwen.