Nederlanders die in 2023 de 65-jarige leeftijd hebben, blijven naar verwachting nog 20,48 jaar leven. De levensverwachting van deze groep stijgt daarmee minder hard dan eerder werd gedacht.

Dat meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vrijdag. Vorig jaar stelde het statistiekbureau de levensverwachting voor 65-jarigen in 2023 nog op 20,74 jaar.

De levensverwachting is nu naar beneden bijgesteld, omdat de nieuwe prognose op recentere sterftecijfers is gebaseerd dan die van 2016. In de laatste vier maanden van 2016 en de eerste acht maanden van 2017 zijn meer mensen gestorven dan eerder werd verwacht.

Nederlanders die vorig jaar 65 jaar waren, hebben gemiddeld nog 19,8 jaar te leven. Deze levensverwachting is ruim vijf jaar hoger dan die van 65-jarigen in 1956. In dat jaar werd de Algemene Ouderdomswet (AOW) aangenomen.

Verbeterde leefomstandigheden

Doordat de medische kennis, technologie, hygiëne, voeding en leefomstandigheden sinds 1956 flink verbeterd zijn, neemt de levensverwachting van 65-jarigen toe. 

Op grond van de sterftekansen in 1950 haalde de helft van degenen die toen 65 jaar waren uiteindelijk hun tachtigste levensjaar. Voor Nederlanders die vorig jaar 65 jaar waren, is het de verwachting dat de helft 86 jaar zal worden.

In 1950 was de kans voor 65-jarigen om uiteindelijk negentig te worden 9 procent, nu is dat 31 procent.

AOW-leeftijd

De levensverwachting van 65-jarigen is bepalend voor het vaststellen van de toekomstige AOW-leeftijd. In november 2016 heeft het kabinet besloten dat de AOW-leeftijd in 2022 wordt verhoogd naar 67 jaar en drie maanden.

Op basis van de nieuwe prognose wordt de AOW-leeftijd in 2023 nog vastgesteld.