Jongeren die door de jeugdrechter worden verplicht therapie te volgen krijgen te maken met lange wachttijden, die kunnen oplopen tot een jaar. Oorzaken zijn de wachtlijsten voor deze vormen van zorg en onwennigheid bij de gemeenten. 

Dat blijkt dinsdag uit een rondgang van de Volkskrant

Eerder dit jaar werd bekend dat de wachttijden in de geestelijke jeugdzorg te lang zijn. Dat blijkt nu ook te gelden voor jongeren die van de rechter in behandeling moeten, bijvoorbeeld om te leren omgaan met hun agressie of tegen druggebruik. 

Het Openbaar Ministerie erkent het probleem. "Na de zomer gaan de jeugdreclassering, de Raad voor de Kinderbescherming en het Openbaar Ministerie met de gemeenten praten over het aanbod van jeugdhulp en de behoeften van de strafrechtketen", zegt een woordvoerder van het OM Midden-Nederland tegen de krant. 'Veel partijen zijn ermee bezig. Als de rechter een therapie oplegt, is die blijkbaar nodig en dan moet het ook gebeuren. De gemeenten moeten dat regelen."

Ingewikkeld stelsel

Volgens de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) zijn de wachttijden mede te wijten aan het feit dat de jeugrechter niet altijd weet met welke zorginstellingen een gemeente contacten heeft of niet op de hoogte is van de wachtlijsten voor een bepaalde behandelingen. De VNG zegt daarover in gesprek te gaan met justitie. "Het probleem zit hem meer in de ingewikkeldheid van het nieuwe jeugdhulpstelsel dan in de bureaucratie bij gemeenten," aldus een woordvoerder.

De gemeenten zijn sinds 2015 verantwoordelijk voor de jeugdhulpverlening.

In mei bleek uit een onderzoek van onderzoeksbureau MediQuest dat de wachttijden bij zo'n 45 procent van de ggz-instellingen in Nederland te lang zijn. Dat geldt vooral voor de jeugdzorg. Kinderen en jongeren tot achttien jaar met angstklachten, een depressie of andere psychische stoornissen moeten gemiddeld zes weken wachten op een intake-gesprek. Volgens de regels mag dat niet langer dan vier weken zijn.