Patiënten die het grootste gedeelte van hun zorg van een vrouwelijke Amerikaanse arts krijgen, zouden meer kans hebben het ziekenhuis levend te verlaten dan bij een mannelijke Amerikaanse arts.

Ongeveer 11 procent van de patiënten die voornamelijk werden behandeld door vrouwen stierven binnen dertig dagen nadat zij opgenomen waren in het ziekenhuis, tegenover 11,5 procent die behandeld is door mannen.

Dat concluderen onderzoekers van de Harvard T.H. Chan School of Public Health in JAMA Internal Medicine. Hierbij is er naar 1,5 miljoen ziekenhuisopnamen van patiënten van 65 jaar en ouder gekeken in de periode januari 2011 tot december 2014.

Ziekten die deze patiënten hadden waren onder andere longontsteking, hartfalen, interne bloedingen, urineweginfecties en longaandoeningen. Ze werden behandeld door algemene internisten.

Daarbij overleefden de meeste patiënten en werden zij binnen een maand naar huis gestuurd. Naast betere overlevingskansen, werden patiënten van vrouwelijke artsen na die eerste maand minder vaak weer opgenomen in het ziekenhuis.

32.000 doden

De mannelijke onderzoeksgroep schat dat er in de Verenigde Staten ongeveer 32.000 doden per jaar minder zouden zijn als de mannelijke artsen op hetzelfde niveau zouden presteren als hun vrouwelijke collega's.

Hoofdonderzoeker Dr. Ashish Jha benadrukt dat dit niet betekent dat patiënten hem en zijn mannelijke collega's moeten ontlopen. Mannelijke artsen zouden wel kunnen leren van vrouwelijke artsen als het gaat om het volgen van richtlijnen voor een behandeling, het bieden van preventieve zorg en het communiceren met patiënten.

Gemiddeld werden vrouwelijke artsen belast met minder patiënten en waren deze patiënten niet zo ziek als die van mannelijke artsen. Deze factoren zijn meegenomen maar de onderzoekers vonden alsnog een link tussen de gender van artsen en de overlevingskans van patiënten.