Met autisme wordt doorgaans een spectrum aan gedragsstoornissen bedoeld, en over de oorzaken van de verschillende vormen is onduidelijkheid. 1 à 2 procent van de mensen lijdt eraan.

Onderzoekers van de Universiteit van Toronto denken te weten hoe in elk geval een deel van de gevallen verklaard kan worden, meldt Medical News Today. In de hersenen zou het eiwit nSR100 ontbreken.

Eerder onderzoek wees er al op dat dit eiwit schaars is bij mensen met autisme. De Canadezen deden daarom een onderzoek met muizen, waarbij ze het niveau van dit eiwit in de dieren verlaagden.

Moleculaire fouten

Zodra het nSR100-gehalte gehalveerd werd, gingen de muizen tekenen van autisme vertonen. Zo gingen ze zich minder interactief gedragen en werden ze gevoeliger voor geluid.

"We hebben eerder al aangetoond dat er een associatie is tussen nSR100-niveaus en autisme. Maar deze keer hebben we laten zien dat dat als dit niveau daalt, het daadwerkelijk iets in gang zet. Dat is een belangrijk inzicht", aldus onderzoeker Sabine Cordes.

Volgens de onderzoekers draagt nSR100 mogelijk bij aan het plaatsvinden van verschillende moleculaire 'fouten' in de hersenen die uiteindelijk kunnen leiden tot de ontwikkeling van autisme.