Onderzoekers vinden dat zwangere vrouwen MRI-scans moeten krijgen als er vermoed wordt dat hun ongeboren kind een hersenafwijking heeft. MRI's blijken zulke beperkingen goed op te kunnen sporen.

Voor een studie, gepubliceerd in The Lancet, ondergingen 570 zwangere Britse vrouwen een MRI-scan. Het ging om vrouwen bij wie een echo al had aangetoond dat hun ongeboren kind mogelijk een hersenafwijking had.

Als er alleen een echo wordt uitgevoerd, is de diagnose in 68 procent van de gevallen juist, zo bleek. Maar als er ook een MRI wordt uitgevoerd, stijgt dit percentage naar 93.

Volgens de onderzoekers, verbonden aan de Sheffield University, is een MRI-scan nuttig als dokters twijfelen of een ongeboren baby een hersenaandoening heeft. "Gebaseerd op onze bevindingen zeggen wij: een MRI-scan zou altijd uitgevoerd worden als er het vermoeden bestaat dat de foetus een hersenafwijking heeft", aldus professor Paul Griffiths.

Miskraam

Hersenafwijkingen kunnen leiden tot een miskraam of stilgeboorte. Ouders krijgen in dat geval extra begeleiding. Ook kan gekozen worden voor een abortus. Bij de onderzochte groep vrouwen steeg het aantal abortussen nadat een MRI-scan hen duidelijkheid gaf over de aandoening.

Een van de andere onderzoekers, Cara Mooney, zegt hierover tegen de BBC: "Het zou kunnen dat sommige mensen deze aanpak controversieel vinden. Maar het gaat er uiteindelijk om dat zwangere vrouwen over de juiste informatie beschikken in een moeilijke periode van hun leven."

Een hersenafwijking bij het ongeboren kind wordt in drie op de duizend zwangerschappen gedetecteerd.