De screening bij de hielprik, die jonge baby's krijgen, wordt uitgebreid met de aandoeningen alfa-thalassemie en bèta thalassemie.

Dat meldt het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) donderdag. Beide aandoeningen zijn erfelijke afwijkingen van het eiwit hemoglobine, dat belangrijk is bij het vervoeren van zuurstof door het bloed. Ze veroorzaken bloedarmoede.

Bij de hielprik worden enkele druppels bloed afgenomen uit de hiel van het kind bedoeld om erfelijke ziektes op te sporen. De niet-verplichte prik wordt uitgevoerd in de eerste week na de geboorte van het kind en is gratis.

In mei 2015 besloot minister Edith Schippers (Volksgezondheid) dat de screening met veertien aandoeningen zou worden uitgebreid. Alfa-thalassemie en bèta-thalassemie kregen daarbij prioriteit. De andere twaalf volgen later.