Kieskeurigheid en het niet willen proberen van nieuw voedsel bij peuters zit deels in de genen.

Genen spelen dan ook een grotere rol bij moeilijk eetgedrag dan de opvoeding, aldus onderzoekers van University College Londen. Zij analyseerden gegevens van 1.921 families met tweelingen van zestien maanden oud.

De Britten zochten de oorzaken van twee gedragingen, die vaak samengaan: kieskeurigheid (weinig soorten voedsel willen eten) en voedselneofobie (geen onbekend voedsel willen proberen).

De wetenschappers stelden vast dat afwijkingen in kieskeurigheid even sterk beïnvloed werden door genen als door de omgeving. Bij voedselneofobie was de invloed van de genen ook groot, maar speelde de omgeving veel minder sterk mee. De onderzoekers gebruikten hiervoor een methode genaamd 'kwantitatieve genetische modellering'.

De precieze resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Journal of Child Psychology and Psychiatry.

Opluchting

Onderzoeksleider Andrea Smith concludeert dat ouders zich niet geheel verantwoordelijk hoeven te voelen voor het moeilijke eetgedrag van hun kinderen.

"Onze resultaten zijn wellicht een grote opluchting voor ouders die zich schuldig voelen over de kieskeurigheid van hun kinderen. Het besef dat deze eigenschap aangeboren is, kan dit schuldgevoel helpen verminderen", aldus Smith.

Smith benadrukt dat de bevindingen ouders niet ontslaan van alle verantwoordelijkheid. Eetgedrag is met goede opvoeding wel veranderbaar.