Tieners kiezen eerder een ongezonde snack wanneer ze daarvoor een afbeelding van bijvoorbeeld chips of chocola hebben gezien.

Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit van Amsterdam en Universiteit Leiden. Binnenkort worden de resultaten gepubliceerd in het vakblad Appetite.

Voor het onderzoek werd een groep Amsterdamse tieners tussen de twaalf en zestien jaar gevraagd om een computertaak uit te voeren waarmee ze een beloning konden verdienen. Tijdens de taak hadden de testpersonen twee knoppen voor zich. Eén knop leidde bijvoorbeeld tot een plaatje van chips, een andere tot een plaatje van komkommer.

Terwijl de tieners op de knoppen drukten, verschenen er af en toe cartoonplaatjes van monstertjes op het scherm die geassocieerd waren met ongezonde snacks (chips en chocola) en gezonde alternatieven (komkommer en tomaatjes).

Keuzegedrag

Uit het onderzoek blijkt dat de ongezonde stimuli, in dit geval afbeeldingen, een sterke invloed hebben op keuzegedrag. Bij het zien van een monstertje dat indirect geassocieerd was met chips, drukten de tieners ook daadwerkelijk meer voor chips.

Datzelfde effect werd bereikt wanneer er direct een plaatje van chips werd getoond. Bij gezonde stimuli gebeurde hetzelfde, alleen was dat effect over het algemeen een stuk minder sterk.

Volgens de onderzoekers bevestigt het onderzoek opnieuw het negatieve effect dat reclames hebben op ongezond keuzegedrag van kinderen.