Patiënten met een getransplanteerd orgaan hoeven binnenkort minder vaak naar het ziekenhuis voor controle, omdat zij voortaan zelf thuis bloedmonsters kunnen prikken en ter analyse opsturen. 

Dat concludeert Remco Koster, onderzoeker-analist in het UMCG, in zijn proefschrift.

Patiënten die een orgaantransplantatie hebben ondergaan, slikken de rest van hun leven medicijnen die afstoting van het nieuwe orgaan voorkomen. De dosering van deze medicatie luistert heel nauw en daarom moeten patiënten regelmatig naar het ziekenhuis om de hoeveelheid medicijn in het bloed te meten.

Dat probleem is opgelost met de Dried Blood Spot (DBS) methode. Hierbij prik je thuis in je vinger en laat je een druppel bloed op een speciaal kaartje vallen. Eenmaal opgedroogd kan het opgestuurd worden naar het ziekenhuis, waar het monster wordt geanalyseerd. Deze methode is niet nieuw, maar er was nooit goed onderzoek gedaan naar de beperkingen. Dat deed Remco Koster wel.

Factoren

"Elke analysemethode, of je nu meet in bloed, in zweet of in haren, heeft zijn beperkingen en voordelen. Als je weet welke beperkingen een methode heeft en welke factoren de resultaten beïnvloeden, kun je de kwaliteit van de analyses verbeteren."

Ook van de DBS-methode onderzocht Koster verschillende factoren, zoals het materiaal van het kaartje, de invloed van de dikte van het bloed en het soort medicijn in het bloed. "Doordat we de beperkingen van de DBS-methode nu kennen, kunnen we haar gaan toepassen", zegt Koster.

Toepassing

Die toepassing begint al in 2016. Dan zullen de eerste patiënten die een veelgebruikt medicijn na orgaantransplantatie slikken thuis hun bloedmonsters kunnen afnemen. "We beginnen met dubbelmetingen, om die van de DBS te vergelijken met de metingen die we normaal gesproken uitvoeren in bloedbuizen". Toch moeten patiënten nog wel naar het ziekenhuis. "Patiënten die een transplantatie hebben gehad, moeten ook op andere zaken gecontroleerd worden, maar dat hoeft minder vaak."