Het aangeboren afweersysteem heeft een geheugen en het BCG-vaccin tegen tuberculose kan dit stimuleren. Na een BCG-vaccinatie reageert het aangeboren immuunsysteem beter op allerlei andere infecties.

Dit blijkt uit onderzoek van het Radboudumc.

Bij een bacteriële infectie dringen monocyten het geïnfecteerde weefsel binnen waar ze veranderen in macrofagen. Die voeren de eerste verdediging uit: het vernietigen van de indringer. Monocyten en macrofagen zijn twee belangrijke witte bloedcellen van het aangeboren immuunsysteem. Ze reageren snel, maar vallen minder specifiek bepaalde ziekteverwekkers aan.

De verworven afweer reageert langzamer op een onbekende indringer maar is specifiek tegen een bepaalde indringer gericht. Bovendien heeft dit deel een geheugen om bij dezelfde dreiging sneller te reageren.

Lang werd gedacht dat dit geheugen een exclusieve eigenschap van de verworven afweer was. Uit onderzoek van Mihai Netea blijkt dat dit niet zo is. Ook het aangeboren systeem heeft een geheugen, alleen is dit niet specifiek. Iets dat hij en zijn collega’s 'getrainde immuniteit' noemen.

BCG-vaccin

BCG, het vaccin tegen tuberculose, werd al in de jaren twintig ontdekt. Kort na de introductie viel op dat niet alleen tuberculose minder voorkwam, maar dat jonge kinderen ook minder door andere ziekteverwekkers overleden. Johanneke Kleinnijenhuis geeft in haar promotieonderzoek een biologische verklaring voor de niet-specifieke effecten van BCG.

Bij vrijwilligers die een BCG-vaccinatie kregen, zag ze een toename in cytokineproductie (eiwitten die afweercellen aansturen) en in het aantal receptoren dat een rol speelt bij de herkenning van indringers. Dit effect hield tot wel drie maanden na de vaccinatie aan. Dit komt omdat het benodigde dna beter bereikbaar werd.