Te veel omega 3- en omega 6-vetzuren tijdens de zwangerschap kunnen de risicofactoren voor hart- en vaatziekten bij het ongeboren kind vergroten. 

Wetenschappers van het Maastricht UMC+ trekken deze conclusie uit een langlopend onderzoek naar de effecten van voeding tijdens de zwangerschap op de ontwikkeling van het kind.

Van verschillende essentiële vetzuren, die het lichaam niet zelf kan aanmaken, is bekend dat ze positieve gezondheidseffecten kunnen hebben. Zo is van omega 3-vetzuren, die van nature veel in vis voorkomen, aangetoond dat ze een beschermend effect hebben tegen hart- en vaatziekten. 

Ook van omega 6-vetzuren, die onder meer in plantaardige oliën zitten, wordt geclaimd dat ze een gunstige invloed op de gezondheid hebben.

Nu blijkt dat deze omega 3- en omega 6-vetzuren tijdens de zwangerschap van grote invloed kunnen zijn op de lichamelijke ontwikkeling van het kind en helemaal niet zo gezond zijn voor het ongeboren kind.

Uit het onderzoek blijkt onder meer dat de bloeddruk, het cholesterol en het gewicht van het nageslacht samenhangen met de hoeveelheid van bepaalde vetzuren in het bloed van de zwangere vrouw. Te veel vetzuren kunnen de kans op hart- en vaatziekten vergroten.