Genetische tests kunnen vooraf inschatten of patiënten met een chronische darmontsteking bijwerkingen kunnen verwachten van het medicijn dat zij krijgen.

Dat schrijft geneticus Marieke Coenen van het Radboudumc in het tijdschrift Gastoenterology. In totaal zijn 783 patiënten in 30 Nederlandse ziekenhuizen onderzocht.

In Nederland hebben ongeveer 35.000 mensen last van chronische ontstekingen in het maag- en darmkanaal, zoals de ziekte van Crohn en Colitis ulcerosa. Deze ziekten zijn niet te genezen, maar 70 procent van de patiënten merkt een sterke vermindering van de klachten als het geneesmiddel thiopurine gebruikt wordt.

Bij een vijfde leidt dit medicijn wel tot ernstige problemen in de aanmaak van witte bloedcellen. Een waarschijnlijke oorzaak ligt in de verminderde werking van de enzymen die nodig zijn om die thiopurine om te zetten in actieve stoffen.

Aangepaste dosis

Bij een aangepaste medicijndosis komen de bijwerkingen tien keer minder voor bij patiënten die een variant in het TPMT-gen hebben. De werking van het medicijn wordt daarmee niet verminderd.

Coenen heeft samen met haar team voor het eerst aangetoond dat een test naar het TPMT-gen de bijwerkingen bij een deel van de patiënten kan voorspellen en dus voorkomen.

"Tot nu toe wordt een genetische test zelden voorafgaand aan de behandeling gebruikt. Deze studie laat zien dat dit wel nut heeft", zegt Coenen.