De Gezondheidsraad legt de wens van een groep artsen en ethici om de regels voor orgaantransplantatie bij een overledene aan te passen naast zich neer.

Dat schrijft Trouw vandaag.

De Gezondheidsraad biedt het advies vandaag aan minister Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Bij flikkeringen in het brein, ongeacht de hoeveelheid activiteit, wordt nu bij een overledene een orgaantransplantatie uitgesteld. Volgens de Gezondheidsraad moet het gehele brein dood, zijn voordat een patiënt als hersendood mag worden aangemerkt.

In Engeland en de Verenigde Staten is de uitval van de hersenstam voldoende om tot transplantatie over te gaan. Een groep artsen en ethici pleitte al in 2013 in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde voor ditzelfde Angelsaksische model.

De groep wijst erop dat er na het uitvallen van de hersenstam al geen leven meer mogelijk is, omdat de ademhaling erdoor gestuwd wordt. Daarom volstaat volgens hen dit moment om tot transplantatie over te gaan.

Controversieel

De Gezondheidsraad zegt het verzoek niet af te wijzen om wetenschappelijke redenen, maar omdat de opvatting in ons land "nog te controversieel is om voldoende draagvlak bij beroepsgroepen te vinden".

Het komt overigens sporadisch voor dat er orgaantransplantaties worden uitgesteld op basis van enige restactiviteit in delen van de hersenen. Normaliter wordt er dan gewacht op een natuurlijk overlijden door een hartstilstand.

Na een hartstilstand kan het wel voorkomen dat iemand herstelt, waardoor er altijd daarna vijf minuten moet worden gewacht. Het is bij orgaantransplantatie van belang dat er een kloppend hart is, zodat de organen van betere kwaliteit zijn. In die vijf minuten gaat die kwaliteit er daarom aanzienlijk op achteruit.

De voorzitter van de Gezondheidsraad, Pim van Gool, noemt dit een "acceptabel verlies". Als er te lichtvaardig wordt gedaan over het idee van de dood, kunnen mensen het vertrouwen in het donatiesysteem verliezen. "Dat zou veel erger zijn."