Oudere hartpatiënten met cognitieve beperkingen lopen meer risico te overlijden of opnieuw in het ziekenhuis te belanden dan leeftijdgenoten zonder cognitieve problemen.

Dat blijkt uit onderzoek van het Kameda Medical Center in Kamogawa, Japan. Hoofdonderzoeker Hiroshi Saito presenteert de bevindingen vandaag op het jaarlijks congres van de European Society of Cardiology.

Saito bracht de mentale vermogens in kaart van 136 vijfenzestig plussers die met hartfalen waren opgenomen in het ziekenhuis. 74 procent van hen bleek een cognitieve stoornis als geheugenverlies of concentratieproblemen te hebben.

161 dagen later waren 33 van de oud-patiënten ofwel overleden ofwel opnieuw in het ziekenhuis opgenomen wegens hartfalen. Onder die pechvogels waren de patiënten met een cognitieve beperking sterk oververtegenwoordigd. Zij bleken 7,5 keer meer risico te lopen op zo'n slecht ziekteverloop, dan de groep zonder beperkingen.

Ook als de wetenschappers controleerden voor leeftijd, gewicht en andere factoren die een rol kunnen spelen bij sterfterisico, bleven de cognitieve vermogens een voorspeller voor het ziekteverloop.

Volgens voorschrift slikken

De onderzoekers vermoeden dat patiënten met een cognitieve stoornis moeite hebben hun medicatie trouw en volgens voorschrift te slikken. Dit zou hun slechtere prognose kunnen verklaren.

Fysiotherapeut Saito ziet in zijn onderzoek een aanleiding beter te letten op cognitieve capaciteiten bij oudere hartpatiënten en in het geval van bijvoorbeeld vergeetachtigheid de familie beter voor te lichten, zodat zij kunnen helpen bij het medicijngebruik.