Te veel specialisten zouden hun patiënten te lang doorbehandelen. Ze zouden de patiënten liever doorbehandelen dan met hen over de dood te praten.

Dat stelt de artsenfederatie KNMG, meldt De Persdienst donderdag.

Zo'n 60 procent van de artsen behandelt volgens KNMG te lang door. Daarom wil de organisatie dat het gesprek over de dood in de richtlijnen van elk specialisme worden opgenomen.

"Dokters schieten door in de wil om mensen beter te maken. Ze kunnen steeds meer, maar dat is lang niet altijd wenselijk", zegt Gerrit van der Wal.

Hij is hoogleraar Kwaliteit van zorg aan de VU University medical center en leidt een stuurgroep bij KNMG. Van der Wal was eerder inspecteur-generaal van de Inspectie voor de Gezondheidszorg.

Van der Wal presenteert donderdag een rapport op basis van maandenlang overleg tussen artsen, patiënten en ouderenorganisaties. 

Directeur Wilna Wind van patiëntenfederatie NPCF is tevreden over het rapport. "Patiënt en arts moeten alle opties bespreken, ook stoppen, zonder dat de patiënt dan denkt dat hij het verder alleen moet doen", zegt ze tegen De Persdienst.

Taboe

Het is voor artsen vooral moeilijk om het taboe te onderbreken. "Een cardioloog vindt een operatie niet meer verantwoord, maar dan komt een collega op de proppen met een minder belastende operatietechniek. Zeg dan maar eens nee."

Hoogleraar Ouderengeneeskunde Joris Slaets begon zes jaar geleden als een van de eersten over onnodig doorbehandelen. Hij zegt toen voor gek te zijn versleten. "In de geneeskunde is doen wat je kunt de norm. En niet 'laten', terwijl dat juist voor een betere kwaliteit van leven kan zorgen."

Slaets pleit voor meer rustmomenten waarop artsen met hun patiënt over de dood kunnen praten. Van der Wal benadrukt dat de specialisten daar beter in getraind moeten worden.

Financiering

Verder moet volgens de artsen ook de financiering anders. Verzekeraars betalen per ingreep en dat zou doorbehandelen in de hand werken. Er zouden afspraken gemaakt moeten worden over de kosten van de begeleiding in de laatste fase.

Sinds vorig jaar is het voor specialisten overigens wel mogelijk om een extra lang gesprek over het stoppen van de behandeling te declareren. Dagblad Trouw meldt donderdag dat artsen nauwelijks gebruikmaken van dat uitgebreide consult waarin ze onnodige en dure behandelingen kunnen afraden. 

Het gaat om consulten van minstens dertig minuten met een patiënt in de laatste levensfase. Er hoeft geen concreet behandelbesluit uit te komen. Die beslissing mag in een later gesprek vallen.

Declaraties

Het zogenoemde 'intensief consult ten behoeve van zorgvuldige afweging behandelopties' is in de eerste helft van 2014 nog geen 250 keer gedeclareerd. Dat blijkt uit gegevens van DBC-Onderhoud, die ziekenhuisdeclaraties registreert.

In driekwart van de ziekenhuizen is nog nooit een dergelijk gesprek gedeclareerd. Volgens de krant is tijdgebrek een van de redenen waarom de gesprekken niet gevoerd worden. 

Bekendheid

"Deze mogelijkheid moet meer bekendheid krijgen bij artsen en ziekenhuisbestuurders, want dit aantal declaraties stelt natuurlijk niks voor", zegt oncologisch chirurg en hoogleraar Jan Anne Roukema van Tilburg University.

"In onze artsencultuur kiezen we nog te snel voor behandelen, terwijl nalaten van behandeling ook een mogelijkheid moet zijn", stelt hij tegenover de krant.

Roukema denkt dat veel artsen een dergelijk gesprek onder de noemer 'palliatieve oncologische zorg' declareren. "Dat veel ziekenhuizen niet deze nieuwe vorm gebruiken, wil niet zeggen dat artsen dit gesprek nauwelijks voeren. Dat doet men wel, maar het moet nog beter."

Met name internisten voeren de gesprekken wel en dan vooral met kankerpatiënten. Urologen gebruiken het voor mensen met prostaatkanker. Ook onder dermatologen en specialisten in ouderdomsziekten krijgt de nieuwe gespreksvorm meer bekendheid.